Zoon KNIL-militair: ‘Mijn vader werd in de steek gelaten door Nederlandse staat'

Emmen - Oorlog en strijd kenmerken het leven van Berend Stenekes (1890-1954).

Als uit Dokkum afkomstige kanonnier in het neutrale Nederlandse leger stond hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven, vervolgens moest hij als onderdeel van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) tijdens de Tweede Wereldoorlog de Japanners weren uit de toenmalige kolonie Nederland-indië. In datzelfde land werd hij na de oorlog opgeroepen om deel te nemen aan de politionele acties om het naar onafhankelijkheid smachtende Indonesië weer in het gareel te krijgen.

Ook na de oorlog moet Berend blijven strijden door proberen een bestaan op te bouwen voor hem en zijn gezin in een Nederland dat hem na al dat wapengekletter naar zijn gevoel in de steek laat. Zoon Dave Stenekes uit Emmen tekende het verhaal van Berend en zijn gezin op in het boek Erfenis Van De KNIL-Soldaat.  

Het verhaal van Berend begint kort na de Eerste Wereldoorlog in 1918, waarbij Berend in staat van paraatheid een mogelijke Duitse inval bij de Nederlandse grens heeft afgewacht. Die blijft gelukkig uit en Berend keert heelhuids thuis. In de daaropvolgende jaren heerst er in grote delen van Nederland armoede. Werk is er nauwelijks. Ook voor Berend is het sappelen. Na te hebben gewerkt in de bosbouw en als kanaalgraver, reageert hij in 1927 op een oproep van de KNIL. Dave: ‘Dit koloniale leger in Indonesië zocht extra manschappen om rust en orde in de 300 jaar oude Nederlandse kolonie te krijgen. De latere president Soekarno, toen nog student, probeerde de bevolking warm te krijgen voor onafhankelijkheid, wat tegen het zere been van Nederland was.’

Berend wordt ingekwartierd in de buurt van Magelang, op het eiland Java. Hij moet regelmatig op expeditie om onder meer guerrillastrijders uit te schakelen. In 1932 trouwt hij de Indonesische Sophina Jacoba Talumepa. In de komende jaren worden achtereenvolgens Sara Grietje, Jootje, Bernhard, Luther en David (Dave) geboren.

Ondervoeding

De strijd tussen de Nederlanders en de vrijheidsstrijders wordt onderbroken door de overmeestering van Indonesië door Japan in 1941 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Berend belandt in een interneringskamp bij Bandung, gescheiden van zijn op dat moment hoogzwangere vrouw en zijn kinderen, die in een ander nabijgelegen kamp terechtkomen. Berend ondergaat mishandeling en marteling. Hij wordt geschopt en geslagen. Hij is noodgedwongen getuige van een executie van drie Nederlandse officieren die een ontsnappingspoging ondernamen.

Het meest vreselijke is echter de dood van Jootje. Ze bezwijkt door de aanhoudende ondervoeding. Het enige vreugdevolle in die periode is de geboorte van David in 1942, midden in het Japanse concentratiekamp. Pas na de capitulatie van Japan, krijgt Dave voor het eerst zijn vader te zien.

Gruweldaden

Toch klopt oorlog weer op zijn deur. Gepensioneerd of niet, de Nederlandse staat roept Berend op 56-jarige leeftijd op voor de zogenoemde politionele acties. De onafhankelijksstrijd van voor de oorlog laaide weer op en de Nederlanders traden harder dan ooit op tegen de inlandse bevolking. Ook Berend is getuige van deze gruweldaden. ‘Complete kampongs werden uitgemoord. Vele dorpsbewoners overleefden het niet. Ze werden afgeslacht of verbrand. Lichamen dreven in de Kali en de sawa’s (rijstvelden)’, laat David Berend vertellen in het boek.

Over de rol van zijn eigen vader, kan de schrijver weinig kwijt. ‘Ik weet niet wat zijn aandeel of rol is geweest bij dit alles. Als ik het wist, dan had ik dat ook zo opgeschreven in het boek.’ Later werd er wel naar gevraagd door de kinderen. Maar de ouders van Dave gingen het onderwerp oorlog zoveel mogelijk uit de weg.

Nadat de politionele acties onder druk van de Verenigde Naties een halt worden toegeroepen, is Indonesië na een bloedige strijd in 1949 eindelijk vrij. De Nederlandse staat besloot daarop de KNIL in 1950 op te heffen. Zowel Nederland als de nieuwe Indonesische republiek wezen vervolgens naar elkaar als het ging om de verdere verantwoordelijkheid voor deze legereenheid. Het gevolg was dat niemand meer soldij of pensioen ontving. Hierdoor belanden vele KNIL-militairen tussen wal en schip.

In de koeienstront

Het gezin Stenekes ziet daarom geen toekomst meer in Indonesië en besluit naar Nederland te gaan, waar ze een onderkomen krijgen aangeboden door de overheid. Bij het zien van hun nieuwe ‘huis’, zinkt het gezin de moed in de schoenen. ‘Ze brachten ons onder in een voormalig en verpauperd jodenkamp bij het Friese Fochteloo. Het lag er troosteloos bij en het riep allerlei vervelende herinneringen op aan de Japanse interneringskampen.’

Dave herinnert zich nog in de tijd dat hij zijn vader met enorme lieslaarzen zag gier trappen bij een boer. ‘Ik schaamde me en kon het bijna niet aanzien. Mijn vader, die altijd zijn vaderlandse plicht trouw heeft vervuld en zijn leven op het spel zette. Tot zijn middel in de koeienstront. Ploeteren om wat geld te verdienen omdat alles hem ontnomen was. Hij verdiende beter dan dit.’

Trauma

De oorlog blijft het gezin en vooral Berend echter achtervolgen. De strijd vindt echter niet meer plaats op een slagveld, maar in het hoofd van de oud-militair. Na onderzoek in 1952 blijkt dat Berend getraumatiseerd is geraakt door de oorlog. ‘Hij gedroeg zich soms agressief tegen ons of hij kreeg spontaan een flashback naar zijn tijd als kannonier. Overal zag hij dan Japanners.’ Uiteindelijk wordt de situaties thuis onmogelijk en Berend wordt overgebracht naar het psychiatrische ziekenhuis Brinkgreven bij het Overijsselse Schalkhaar. In 1954 overlijdt hij daar.

Kniphorststraat

Dankzij de tussenkomst van de Emmer dominee Van der Weide, een oude kennis in de dagen van voor de oorlog in Indonesië, verhuist het gezin in 1953 naar de Kniphorststraat in Emmermeer. Hoewel ze daar maar drie jaar verblijven, heeft Dave er de gelukkigste tijd van zijn leven. Zijn moeder besluit in ’56 om te verhuizen naar Amsterdam. Ruim vijftien jaar later keert Dave terug naar Emmen. ‘Dat had ik mezelf beloofd, vooral omdat ik hier een hele fijne jeugd heb gehad.’

Enige tijd terug besloot hij achter zijn bureau plaats te nemen en het verhaal van zijn familie op te tekenen. ‘Mijn vader heeft veel oorlogen overleefd en veel ellende over zich heen gestort gekregen. Hij kon het niet verdragen dat alles hem werd ontnomen en dat hij aan zijn lot werd overgelaten door zijn vaderland, voor wie hij zijn hele leven had klaargestaan, net als vele anderen.’

Dave Stenekes geeft woensdag 20 februari om 19.30 uur een lezing over zijn boek in ouderencentrum Cho in het Rensenpark (voormalig Paviljoen). Zijn boek kan besteld worden via stenekes2@gmail.com.