Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Jeugd

In de sporthal van Emmerhout ben ik bij een voetbaltoernooi voor verstandelijk beperkte jongens en meisjes. Dat is altijd genieten. Tussen de bedrijven door geef ik een interview aan radiozender Simone FM, die met de reportage bus aanwezig is. “Mag ik jij zeggen?,” vraagt de jonge reporter van dienst.

Dat overkwam me eerder in de week ook al. In een bomvol Atlas Theater is de première van de film Brugklas - de tijd van m'n leven. Ik mag de aftrap doen, al is het maar omdat de film in de regio Emmen is opgenomen. Na afloop kom ik een bekende ‘brugklasser’ tegen. “Hé hoi, hoe is het met jou?” Hij is twee koppen kleiner, kijkt me aan en zegt dan: “prima, hoe is het met jou?”

Dat went nooit. Zo oud ben ik nog niet, maar wel van de generatie die nog ‘U’ zei tegen zijn ouders. Ik herinner me nog de jonge verzorgster in het bejaardenhuis, die mijn moeder vroeg: “wil je nog een kopje thee?” Letterlijk tot in de grafrede zei ik ‘U’.

Maar ik moet niet de denkfout maken dat het veel zegt over de jeugd. Het zegt wat over taal die verandert. De jongeren zijn mondig, zeggen meestal ‘jij’, maar zijn daarom niet onbeleefd. Dat zagen we de afgelopen week wel weer. In Den Haag ben ik bij een etentje, waar de minister een ‘gereedschapskist’ presenteert voor bedreigde bestuurders. In dezelfde week demonstreren duizenden jongeren geheel geweldloos voor een beter klimaat. Ze worden door verzuurde volwassenen weggezet als spijbelende scholieren, die van niets weten. Iedereen die pubers heeft opgevoed, weet beter. Als ze ergens in geïnteresseerd in zijn, bijten ze zich erin vast. Veel jongeren weten meer van de klimaatproblematiek dan hun ouders. Ook ik wil nog weleens een relativerende opmerking maken over de opwarming van de aarde. “Het is ook wel lekker zo’n warme zomer.” Dan krijg je van de kinderen meteen allerlei onheilspellende feiten om de oren. En ook wij zijn er door de dochters van overtuigd dat het echt wel goed is om niet elke dag vlees te eten.

’s Avonds zie ik de reportage vanaf het Malieveld. Het gaat heel geordend. De spandoeken zijn buitengewoon creatief.

En ze antwoorden duidelijk en beleefd. Daar kunnen ze in de Tweede Kamer nog wat van leren. In een debat over de uitkeringen beschuldigt een kamerlid een collega van uitkeringsfraude. De reactie is even laag: “ik zal je najagen, dan ben je van mij”. Dat was tot voor kort onvoorstelbaar. Een kamerlid dat roept: “dan ben je van mij”. Nog één stap verder en de eerste klap in de Tweede Kamer is een feit. Dat kan zomaar overslaan op de samenleving. Een klap op het politieke voetbalveld wordt zo maar een veldslag op de tribune van de samenleving.

Beide kamerleden zouden een dagje mee moeten lopen met de jongerendemonstratie. Ze zouden niet met “u” worden aangesproken - “wie ben jij” - maar ze zouden wel leren dat je ook netjes voor je mening kan uitkomen. Deze jeugd heeft toekomst, als wij het milieu een beetje gezond houden.