Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Digi Taal

Het overkomt me nogal eens als ik op visite ben bij een echtpaar dat zestig jaar getrouwd is. Trots haalt pa (of moe) de iPad tevoorschijn. Via een cursus of een geduldig kleinkind hebben ze geleerd ermee te werken.

En ineens gaat er een wereld open: de krant die grotere letters heeft, skypen met de zoon in Australië en internet.

Ik ben altijd onder de indruk, want ik zou niet durven zeggen dat ik zelf zo handig ben met een computer. Stukje tikken wil nog wel. En op internet kom ik ook nog wel, maar daarna wordt het al snel ingewikkeld. Ik ben al jaren verwend met slimme secretaresses en dochters. Zij reageren lief op elke ‘help, wat is dit nu weer’. Handig, maar daar word je zelf niet beter van. Zo krijg ik als zoon van een handige aannemer ook geen spijker in de muur.

En in plaats van dat ik dit nou eens ga leren, blijf ik maar in de hulpstand staan. Ik zag dan ook een beetje op tegen de ‘Lochem-conferentie’ voor burgemeesters. Daar ga ik al heen zolang ik burgemeester ben, dus al twaalf jaar. Maar nu was het thema digitalisering. Welke rol heeft de burgemeester in de informatiesamenleving? Ik weet dat niet zo precies.

Als ik woensdagochtend in het knusse hotel arriveer, blijk ik niet de enige. Ik kom meer dan dertig collega’s tegen. Dat is op zich al leuk en leerzaam. Burgemeester zijn is in elke hoek van het land een ander beroep. Bovendien kom ik diverse goede bekenden tegen, maar er zijn er wel meer die ‘niet zoveel hebben met het thema’.

In de ochtend worden we bijgepraat door twee deskundige dames, die ruimschoots onze dochters zouden kunnen zijn. We gaan in groepen aan de slag met een opdracht over slimme lantaarnpalen. Die kunnen bijvoorbeeld precies nagaan wie voorbijkomt. Is dat handig (boeven) of juist gevaarlijk (privacy)? We gaan ’s middags aan de slag met nieuw crisismanagement. Een grote brand of een ernstig verkeersongeluk kunnen we prima aan, maar wat nou als de gemeente wordt gehackt? Elk uur dat we geen bitcoins betalen, verdwijnt belangrijke digitale informatie. Deze crisis blijkt zelfs voor ervaren burgemeesters, waartoe ik me ook mag rekenen, nog een hele kluif. Tijdens een rondje hardlopen op de prachtige Lochemse berg spookt er van alles door mijn hoofd.

Dat wordt de volgende dag niet veel beter. Slimme jongens, die ook ruimschoots onze zonen zouden kunnen zijn, praten ons bij over sociale media. Twitter, Facebook en Instagram kunnen heel nuttig zijn. Maar ze zijn ook de vindplek voor een heleboel narigheid. Wat is bijvoorbeeld echt nieuws. We zien filmpjes van bekende politici die heel echt lijken, maar feitelijk zijn nagemaakt. Als de burgemeester op televisie komt: is hij dat dan wel? Digitaal pesten blijkt vaak gruwelijke gevolgen te hebben. En op Twitter staan 35.000 scheldpartijen per dag. In de nabespreking volgen meer vragen dan antwoorden. Op de terugweg blader ik zuchtend door de ontvangen handreiking. Die maakt me nog niet gerust.