Het Portret: 'Ik heb dingen afgesloten en sta positief in het leven'

Emmen - Monique van Roosmalen (1960) is wellicht niet de bekendste Emmenaar uit deze portretreeks.

Toch woont de in Brabant geboren advocaat al sinds 1984 met veel plezier in Emmen. Al is haar geluk hier meerdere malen wel  op de proef gesteld. ‘Het verlies van mijn man was zwaar.’
Ondanks dat haar naam wellicht niet gelijk bij iedereen een belletje doet rinkelen, is Monique van Roosmalen een bekende in de rechtenwereld.
Al ruim 33 jaar timmert zij aan de weg als advocaat in arbeidsrecht en familierecht. Daarnaast is ze mediator en is ze vrijwilliger voor verschillende stichtingen. ‘Ik wilde op jonge leeftijd al advocaat worden. Het civiele recht vind ik enorm interessant.’

Zuiden

Van Roosmalen is geboren in Den Bosch, vertelt ze met een nauwelijks hoorbare zachte G in haar stem. Over tien jaar mag ze met pensioen, maar terug naar haar geboorteplaats hoeft ze niet. ‘Ik heb hier m’n leven. Ik ga wel regelmatig naar het zuiden, omdat mijn vader, zussen en vrienden van de middelbare school daar wonen.’
Van Roosmalen komt uit een katholiek nest, maar gelovig is ze niet meer. ‘Het was sowieso al een vrolijke boel qua kerkgang. Mijn ouders waren niet streng gelovig.’ Het gezin bestond uit liefhebbende ouders en vier kinderen. ‘Ik ben de oudste. Ik heb twee zusjes en had een broer. Hij leeft niet meer.’

Dodelijk ongeluk

Van Roosmalen praat nuchter over het verlies haar broer, ondanks dat het haar nog elke keer raakt. ‘Het was heel heftig. Hij heeft op 19-jarige leeftijd een dodelijk ongeluk met de auto gehad. Het was 1981, ik was twintig en studeerde advocatuur in Nijmegen. Midden in de nacht werd ik opgehaald om mee naar huis te gaan. Ik heb m’n vader nooit zien huilen, maar toen wel.’
Volgens Van Roosmalen was het ongeluk te voorkomen. ‘Hij gaf geen voorrang op een kruispunt waar verkeerslichten stonden. Ze deden het ’s nachts niet, maar na een paar ongelukken hebben ze dat aangepast.’ Hoewel het ongeluk al een tijd geleden gebeurde, is haar broer is nog altijd bij haar. ‘We hebben het regelmatig nog over hem.’

Huwelijk van 18 jaar

In 1990 trouwde Van Roosmalen met Harry ‘Ik leerde hem in 1987 kennen. Ik kwam hem tegen in de lift van ons appartementcomplex. Hij had een hele grote hond bij zich, dat was wat spannend. Maar ik vond Harry gelijk interessant, hij had een aanwezig voorkomen.’

In 2008 overleed Harry op 53-jarige leeftijd. ‘Hij had diabetes en is uiteindelijk in coma geraakt. Ik was niet thuis, dus kon hem die dag niet helpen.’ Op vrijdag overleed haar man, dinsdag was de crematie, woensdag was Van Roosmalen thuis en donderdag was ze weer volledig aan het werk. ‘Ik wilde niet alleen thuis blijven, we hadden immers geen kinderen. Dus ik ging weer werken. Iedereen verwerkt verlies en verdriet op z’n eigen manier en niet iedereen begreep dat, merkte ik.’

Het doorwerken eiste echter wel z’n tol. ‘Ik was druk in die periode: mijn man was voordat hij overleed al een tijd ziek en dat gaf veel zorg. Ik runde toen ook een groot advocatenkantoor en ik was net deken van de Orde van Advocaten geworden. Ik moest dus doorgaan en dat heeft me waarschijnlijk opgebroken.’ Begin 2010 kwam alles nogmaals ruw tot stilstand. ‘Ik voelde me raar, alsof ik naar mezelf keek van bovenaf. Op een gegeven moment ben ik naar de huisarts gegaan, die m’n bloeddruk opnam. Daar kwam 250 uit, belachelijk hoog. Ik ging vervolgens door naar het ziekenhuis en daar werd me verteld dat ik kon blijven. Blijven, dacht ik. Ik heb straks een kort geding. Dat kon dus niet doorgaan en ik ben vervolgens twee weken in het ziekenhuis gebleven.’ Wat het uiteindelijk was, werd nooit helemaal duidelijk. ‘Maar ik had waarschijnlijk teveel van mezelf gevraagd.’

Herseninfarct

De opname in het ziekenhuis was echter een voorbode voor wat zou komen. In de zomer van 2010 werd Van Roosmalen getroffen door een herseninfarct. ‘Ik was in Brabant voor een feest, maar voelde me niet lekker. Het was warm die dag en ik zakte constant door m’n benen. Een geraadpleegde huisarts adviseerde veel water te drinken, omdat er zo’n hoge temperatuur was. Dat hielp niet en de volgende dag werd ik naar het ziekenhuis gebracht.’

Van Roosmalen was als gevolg van het infarct rechtzijdig verlamd. Door hard werk herstelde ze vrijwel volledig en kon ze bijvoorbeeld weer schrijven. ‘Ik heb nu een modus gevonden waarin ik met de beperkingen om kan gaan. Ik kan gelukkig wel prima werken en functioneer goed, al moet ik wel minder doen dan voorheen toen ik weken van zestig uur draaide.’
Van Roosmalen heeft nu rust in haar leven gevonden. ‘En dat komt gek genoeg door m’n herseninfarct. Ik ben op een punt gekomen dat ik het goed vind; het is prima zo. Ik heb dingen voor mezelf afgesloten en sta positief in het leven.’