Meneer Meertens vertelt...over verdwenen erfgoed

Emmen - Niet alleen zijn archief blijkt indrukwekkend. Van hetzelfde kaliber zijn de dikke mappen vol historische foto’s, die een breed beeld geven van pakweg de afgelopen 80 jaar.

Die kennis van de plaatselijke historie bestaat niet alleen op papier. Ook het geheugen van de 70-jarige Emmenaar Geert Meertens is een rijke bron vol verhalen en anekdotes. Maandelijks vertelt hij over bijzondere en soms vergeten verhalen uit de Emmer geschiedenis.

‘Pas in dienst bij de PTT, maakte ik midden jaren zeventig jaren deel uit van de zogeheten Reddingsdienst van dat bedrijf. Tijdens een oefening, waarbij mensen van het platte dak van het voormalige postkantoor naar beneden moesten worden getakeld, had ik de twijfelachtige eer die verticale neergang te mogen maken. Lig ik net vastgesnoerd op een brancard, roept er plotseling iemand: ‘brand, brand!’ De hele reddingsdienst was in één klap verdwenen en ik heb daar enige tijd in mijn uppie en geboeid op het dak mogen vertoeven. Mijn collega’s waren ondertussen getuige van een spectaculaire brand aan de overzijde, die binnen een uur tijd slijterij Omvlee volledig in de as legde. Bepaald niet het enige fraaie pand dat Emmen de afgelopen decennia door brand of sloop is kwijtgeraakt. Overigens werden er echter hoogst zelden brandstichters in de kraag gepakt. ‘Ik heb dan ook de sterke indruk dat de autoriteiten destijds bepaald niet rouwig waren om de teloorgang van deze panden.’ Zo maar een willekeurige greep: het oude gemeentehuis, het voormalige diaconessenhuis aan de Angelsloërdijk, hotel Postma (binnenbrand, later gesloopt), koffiebar Tin Pan Alley, het gemeentelijke lyceum, waarbij zes maanden na het hoofdgebouw alsnog het restant in de hens ging.

Ook op legale wijze is Emmen rigoureus omgesprongen met het eigen - deels monumentale - erfgoed. Bestuurders omarmden bijna gewetenloos het strakke, kille modernisme en hadden weinig of geen oog voor prachtige architectuur met oogstrelende ornamenten. Nieuwbouw! Daar draaide het allemaal om. Zo had de realisatie van winkelcentrum De Weiert de afbraak van diverse fraaie stulpjes in de Wilhelminastraat tot gevolg. Maar ook elders in de stad werd de sloophamer met graagte gehanteerd. Het Harwig-pand aan de Wilhelminastraat legde het loodje, net als de aanpalende woning van Dr. Veldhuis van Santen. Verderop verdween het imposante bankgebouw van de Twentse Bank (later ABN Amro) en het bekende winkelpand van Flier. Ook veel ander, beeldbepalend onroerend goed moest het veld ruimen. Denk aan het pand van juwelier Stegeman, Concertzaal Groothuis en het prachtige onderkomen van de Angelino-Stichting aan de Kerkhoflaan.’