Kameleon Joop Reilman: ‘Ik heb niet genoeg aan één leven’

Emmen - In de rubriek Het Portret legt Emmen.Nu bijzondere inwoners uit de gemeente Emmen onder de loep. In deze aflevering schuiven we aan bij Joop Reilman, karateka en muzikant. In maart opende hij ouderencentrum Cho in het oude dierenpark.

Om Joop Reilman een levende legende te noemen, gaat wellicht wat te ver. Maar het staat vast dat zijn prestaties als karateka internationaal worden geroemd. Ondanks z’n succes heeft hij grotendeels afscheid genomen van die wereld. Een miniportret van deze kameleon, die achter zijn glimlach de nodige tragiek verbergt.

Wie de deurdrempel bij Joop Reilman oversteekt en z’n huis aan de Slenerbrink binnentreedt, komt in een mini-museum terecht. Aan de muren hangen portretten die aan zijn gloriedagen in de karatesport herinneren, op de vloer liggen elpees van bandjes uit vervlogen tijden en op de tafels zijn folders van zijn nevenactiveiten te vinden.

‘Let niet op de rommel, ik moet nog een beetje opruimen’, begint hij verontschuldigend. Op de opmerking dat menig redactieruimte er rommeliger uitziet, glimlacht hij zichtbaar opgelucht. Op enthousiaste toon vraagt Reilman of er thee, koffie of fris moet komen. ‘En wil je een koekje?’

Na de formaliteiten (‘Zeg asjeblieft ‘jij’!’) ploft de karateka in een hoekje van de bank. ‘Waar wil je beginnen? Met mijn geboorteplaats? Ik ben op 27 augustus 1947 in Groningen stad geboren. We woonden aan de Noorderdwarsstraat, zo’n volksbuurt waar iedereen op straat leefde.’ Reilman verbleef tot en met 1975 in Groningen. Over z’n periode in de stad heeft hij gemengde gevoelens.

Pesten

Reilmans jonge jaren werden gekenmerkt door veel angst. ‘Ik was een klein ventje en op de een of andere manier speelde mij dat parten, zowel mentaal als fysiek. Ik begon zelfs op een gegeven moment krom te lopen, omdat ik een ingedoken houding had. ‘Als ze me niet zien, pesten ze me ook niet’, dacht ik.’
De bangigheid was zelfs zo groot dat hij niet naar de kleuterklas durfde. De stap naar de basisschool was een grote, maar lukte uiteindelijk wel. Toch was hij regelmatig het mikpunt van vervelende pesterijen of opmerkingen. ‘Vaak werd ik tot mijn afgrijzen ‘Jopje’ genoemd. Tot mijn twaalfde voelde ik me vaak minderwaardig; een buitenbeentje. Of mijn ouders dat allemaal wisten? Nee, ik wilde dat geheim te houden.’

Wie denkt dat Reilman thuis ook nog regelmatig een veeg uit de pan kreeg, heeft het volgens de Groninger mis. Reilman geeft aan dat hij uit een warm, katholiek gezin komt, waar vader en moeder tot de dood bij elkaar bleven. ‘Ik heb ook nog een lieve zus die vijf jonger is dan ik.’ Lachend herinnert Reilman zich dat zij regelmatig op het schoolplein voor haar broer opkwam.
Ondanks dat hij lieve ouders had, benadrukt Reilman dat z’n vader streng was. ‘Erg streng, zelfs’, vertelt hij terwijl hij een slokje van zijn koffie neemt. ‘Hij kon thuis regeren. Ik zat op een gegeven moment op het Uitgebreid Lager Onderwijs, maar was met mijn hoofd meer bij voetbal en vooral muziek. Dat had als gevolg dat ik met drieën en vieren thuis kwam. Mijn vader sloeg mij niet, maar gaf me wel straf. Je begrijpt dat dat mijn image op school geen goed deed: de slechtste van de klas én straf van je pa!’

Muziek en karate

Hoewel die ongelukkige tijd Joop Reilman richting karate duwde (‘Ik kon daardoor voor mezelf opkomen’), was muziek de echte redding. Op jonge leeftijd kwam hij er mee in contact. ‘Mijn vader en moeder waren beide muzikaal onderlegd. Er werd thuis dan ook regelmatig naar muziek geluisterd. Glenn Miller en zo. Dat vond ik ook leuk, maar ik hoorde op mijn vijftiende Indorock en was gelijk verkocht.’ Al gauw werd duidelijk dat Reilman een feilloos ritmegevoel had en dus lag drummen voor de hand. ‘Toen ik aangaf dat ik niet meer wilde leren en mij wilde richten op muziek, stemde mijn vader er mee in. Maar, en dat was z’n strenge kant weer, hij wilde dat ik daar dan heel serieus in zou zijn en hard ging studeren. Dat vond ik geen probleem, ha ha ha.’

Dat studeren resulteerde in aardig wat naam en faam. Reilman verdiende zelfs goede centen als drummer van diverse bandjes, zoals Arrow 5 dat Indrorock speelde. ‘Het publiek noemde mij de blanke Indo; mooi man. Er werd gezegd dat ik een van de beste drummers van Noord-Nederland was. Dat was wel goed voor mijn ego, kan ik je vertellen. Eigenlijk was ik nooit zo’n sportman. Maar muziek... Ik kan niet zonder! Ik kan niet zonder drummen.’

Toch kennen de meeste mensen Joop Reilman als karateka die internationale bekendheid kreeg. ‘Och man, daar kom ik niet van af. Ik blijf die verdomde karateleraar!’, verzucht hij. Toch is het niet gek dat Reilman zo te boek staat. Hij is onder andere in het bezit van de negende Dan. Een eretitel in de vechtsport en als een van de weinige Europeanen met die kwalificatie. ‘Maar, ik zal je eens wat vertellen’, zegt Reilman peinzend. ‘En je mag dit best opschrijven... Soms heb ik heb er best spijt van dat ik karate ben gaan doen. Die wereld bestaat tegenwoordig veelal uit jaloezie, afgunst en mensen die zich op de borst kloppen. Van mijn periode in de internationale karatewereld heb ik slechts een handjevol vrienden overgehouden.’

Vrienden

‘Ik ben twee keer getrouwd geweest. Mijn eerste ex-vrouw is overleden en met m’n tweede ex heb ik geen contact meer.’ De vrolijke glimlach bij Reilman maakt plaats voor een serieuze blik. ‘Dat grijpt mij wel aan. De scheiding van mijn tweede vrouw in 2004 heeft mij heel veel gedaan. Ik heb toen echt een aantal jaar in de put gezeten. Als ik af en toe nadenk over mijn leven, trek ik de conclusie dat ik niet altijd gelukkig ben geweest.’

Vervolgens bracht een zware hernia nog meer ellende, waarbij Reilman vreesde gehandicapt te worden. Door een lang hersteltraject werd dat voorkomen. ‘En dan leer je je vrienden kennen.’ Als Reilman over vrienden begint, klinkt er een kleine snik in z’n stem.
‘Mensen van wie je dacht dat je op ze kon bouwen, terwijl later bleek dat dat niet zo was. Ik dacht altijd dat ik veel vrienden had, maar dat was niet zo. Dat raakt mij heel diep’, zegt de grote karateka zachtjes, terwijl hij tegen de tranen vecht. ‘Ik heb tegenwoordig maar een paar vrienden.’

Op een gegeven moment woonde Reilman in 2004 zelfs vijf maanden in een kleine caravan, omdat hij niks meer had. ‘Maar een ding had ik wel: fraai uitzicht. Ik draaide de caravan daarom zo dat het leek alsof ik op de Veluwe zat! Die caravan gaf me ook een bepaalde drive om door te gaan, al kostte me dat wel moeite. Ik heb dit nooit verteld, omdat ik me voor die negatieve tijd schaamde. Maar het mag nu wel naar buiten komen.’

Inmiddels is Reilman opnieuw gelukkig in het leven én in de liefde sinds hij  zangeres Mary Jane Veras leerde kennen. ‘Zij maakt me gelukkig en heeft ervoor gezorgd dat ik hernieuwde energie heb voor drummen. Ze zorgt ook voor evenwicht. Ik heb weleens mensen om me heen nodig die me remmen, omdat ik een ontzettende drive heb. Ik doe ook van alles. Van weerbaarheidtrainingen voor ouderen tot motivational speeches bij bedrijven. Gelukkig heb ik voldoende aan vijf uur slaap per nacht. Zo houd ik tijd over om van alles te doen. Maar ik moet toegeven: ik heb niet genoeg aan één leven.’