Collectie Brands: een onbekende historicus

Nieuw-Dordrecht - De komende tijd zullen in deze maandelijks terugkerende rubriek opvallende boeken en voorwerpen uit de Collectie Brands worden besproken. Vandaag: een onbekend gebleven historicus

Velen kennen wellicht de Nederlands-Duitse dominee Johan Picardt. In 1660 publiceerde hij het boek Antiquiteiten, Annales Drenthe, waarin hij onder meer de hunebedden en de grafheuvels in de provincie beschreef en veronderstelde dat er reuzen in de provincie gewoond hadden. Meer bekend is waarschijnlijk professor Albert Egges van Giffen, die uitgebreid de hunebedden bestudeerde. In 1926 publiceerde hij het standaardwerk hierover, met zes aanvullende delen met een totaal van 1400 pagina’s.

Tamelijk uniek

Tussen de levens van deze twee bekende archeologen door, leefde nog een derde collega, die in de provincie tamelijk onbekend is gebleven. Leonard Johannes Friedrich Janssen, oorspronkelijk predikant, later archeoloog verbonden aan het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. In 1848 publiceerde hij het boekje Drentsche Oudheden met een bijlage met kaarten en handgeschreven aantekeningen. Die twee bescheiden boekjes bevinden zich in de Collectie Brands en het ziet ernaar uit dat deze publicatie maar zo’n kleine oplage kende, dat het tamelijk uniek is deze te bezitten.

Lodewijk Napoleon

Janssen had grote belangstelling voor hunebedden en beschreef een aantal ervan in zijn boekje. Over het grote hunebed in de Emmerdennen schreef hij dat niet alleen de toenmalige  Nederlandse koning Lodewijk Napoleon het hunebed bezocht en met zijn paard bovenop op een van de dekstenen ging staan, maar hij had ook nog een andere bijzonderheid. Aan de voor- of achterkant van het hunebed stond op enige afstand een grote recht opstaande steen. Toen Van Giffen de hunebedden bijna honderd jaar later in kaart bracht, was deze steen verdwenen. Want die kwam in van Giffen’s beschrijving niet meer voor.

Ook onderzocht Janssen een paar grafheuvels, waarbij hij in een ervan, ‘een half uur gaans van Emmen in de richting Borger’ een keldertje aantrof met een vloer van keien, met daarin een kleine altaar.
Janssen is vermoedelijk in de vergetelheid geraakt na de publicatie van het boek Hilversumse Oudheden in 1853, toen bleek dat de opgraving en de daar gedane vondsten onecht waren. Hij kreeg ruzie met de directeur van het Museum van Oudheden. Zijn laatste jaren sleet hij als directeur van het Rijks Penningkabinet.