Joke Rinsma: ‘Ik was een dubbeltje, maar ben een kwartje geworden’

Emmen - In de rubriek Het Portret legt Emmen.Nu bijzondere inwoners uit de gemeente Emmen onder de loep. In deze aflevering schuiven we aan bij Joke Rinsma, die zich met hart en ziel inzet voor het Humanistisch Verbond en Humanitas.

In het gele flatgebouw aan de Wilheminastraat in Emmen, woont de 84-jarige Joke Rinsma. Eigenlijk moeten we mevrouw Rinsma zeggen, maar daar wil deze geïmporteerde Rotterdammer niks van weten. In een open gesprek vertelt ze over vroeger, het heden en de toekomst.

‘Waarom ben ik zo interessant om te interviewen?’, vraagt Joke Rinsma benieuwd. Het antwoord op die vraag is relatief simpel: de redactie van Emmen.Nu was haar op het spoor gekomen naar aanleiding van haar nominatie als Emmenaar van het Jaar 2016. ‘En nu willen jullie het verhaal achter het gezicht leren kennen? Ah, ik snap het.’

Tweede Wereldoorlog

In 1932 zag Joke Johanna Maria van de Pluijm het levenslicht in Rotterdam. ‘Het bombardement van die stad tijdens de Tweede Wereldoorlog heb ik dus bewust meegemaakt’, vertelt ze rustig. ‘Het was verschrikkelijk. In Rotterdam-Zuid schuilden we met honderden lotgenoten voor de Duitse bommen in de kelder van Thomson’s Havenbedrijf.’

De weg naar die schuilkelder was niet eenvoudig, herinnert Rinsma zich nog. ‘Ik heb hoogtevrees en moest van drie hoog via een touwladder uit oma’s huis naar beneden. M’n ooms moesten vechten om mijn handen elke keer los te krijgen. Hadden ze dat niet gedaan, dan was het misschien anders voor me afgelopen.’ Gelukkig genoeg verloor Rinsma geen familieleden tijdens het bombardement. Wel stierf een geliefde lerares door een afgezwaaid projectiel. ‘Dat kwam bij een jong meisje als mij hard aan.’

Op een gegeven moment kreeg de familie Van de Pluijm de kans om naar Friesland te gaan. ‘Mijn vader wilde zijn vrouw en kinderen weg hebben van alle oorlogstumult. In Friesland konden we een kamer huren bij een gezin. Op een gegeven moment kwamen we in een onbewoonbaar verklaarde woning terecht. Daar hebben we een tijdlang gewoond.’ Ondanks die roerige periode gaan de herinneringen niet vaak terug naar de Tweede Wereldoorlog. ‘Het is inmiddels lang geleden. Ik ben het niet vergeten, maar er dagelijks aan denken doe ik ook niet meer.’ Tot aan de bevrijding bleef Rinsma in Friesland wonen. In juli 1945 ging ze terug naar haar geliefde Rotterdam. ‘Ik had onderwijs gehad in Friesland. Gelukkig kon ik op basis van m’n schoolrapport ingeschreven worden bij de mulo.’

Na de oorlog

Na de mulo ging Rinsma in opleiding als verpleegkundige. Na die periode werkte ze als toegewijde wijkverpleegkundige in Rotterdam. Die beroepskeuze kwam voort uit een heftige persoonlijke ervaring. Op vierjarige leeftijd kreeg Rinsma namelijk een blindedarmontsteking met complicaties. ‘Dat was zo heftig dat er voor m’n leven gevreesd werd’, herinnert Rinsma zich. ‘Hij was doorgebroken. Maar weet je? Onkruid vergaat niet, hahaha!’

Broer

Met haar broer en vader onderhield Rinsma een bijzondere band. ‘Mijn broertje Wim was als jong kereltje een weglopertje. Ik moest hem dan regelmatig zoeken, dus dat botste weleens. Het was een echte vrijbuiter die voor z’n eigen dingen koos. M’n broer heeft eigenlijk altijd een beetje een vreemd leven gehad.’ Rinsma staart even voor zich uit. Ze vertelt verder over de omgang met haar broertje. ‘Ik heb nooit het idee gehad dat onze band van mijn kant ijzersterk was, toch was hij wel erg op mij gesteld. Maar goed, helaas is Wim niet meer onder ons. Hij overleed op z’n 62e aan een hartstilstand. Of ik alles met hem heb kunnen bespreken? Wim was als onze vader: niet echt een prater. Ze hadden daar een hiaat in. Als ik bijvoorbeeld terugkijk op mijn vader, dan denk ik dat hij een stoornis had in het emotionele en sociale spectrum.’

Vader

‘Toen mijn moeder op haar vijftigste stierf, wilde mijn vader dat ik het hele huishouden deed. Maar ik zat in het verenigingsleven en gaf aan dat broer Wim ook wel wat kon doen. Het huishouden was volgens m’n vader een vrouwenbaan. Toen ik dat weigerde heeft mijn vader mij de deur gewezen. Vanaf dat moment was hij op zichzelf aangewezen. Dat ging niet altijd goed.’
Het duidelijkste voorbeeld dat Rinsma kan geven, was de dag dat haar vader ging fietsen bij de Nederlands-Belgische grens. Haar vader schrok van een paard en kwam ten val en moest naar een Belgisch ziekenhuis. Tijdens de reanimatie kreeg hij een hersenbloeding en overleed daar in het ziekenhuis. Alleen, zonder familie om zich heen.’

Pensioen

Na de voltrekking van haar huwelijk met Meindert Rinsma, bleef  Joke nog een paar jaar werken tot na de geboorte van hun zoon. In 1992 ging Rinsma met pensioen. ‘We wilden toen wel weer naar het noorden. Ik heb me hier altijd prettig gevoeld en het dorpsleven als aangenaam beschouwd. Het was er allemaal wat gemoedelijker. Rinsma ging met haar man in Aalden wonen en later in Emmen.’
Op de vraag of Joke Rinsma een verschil merkt tussen mensen uit de Randstad of Drenthe, schudt ze overtuigend haar hoofd. ‘Natuurlijk is er verschil tussen een Rotterdammer en een noorderling. Maar als je gewoon met elkaar omgaat, zijn we uiteindelijk allemaal mens.’ Die benadering kenmerkt haar levensinstelling, want Rinsma is humanist.

‘Ik ben totaal niet gelovig; maar een overtuigd humanist! Ik was door m’n verenigingswerk voor het Humanistisch Verbond en Humanitas altijd al veel in Emmen te vinden, maar toen we hier kwamen wonen kon ik er nog meer tijd en energie insteken.’ Dat viel de organisatie van Emmenaar van het Jaar ook op. In 2016 werd ze dan ook voorgedragen. ‘Een grote, mooie eer. Maar het was niet nodig. Ik deed gewoon m’n ding.’

Het einde

Als je 84 jaar bent, heb je een vol leven achter de rug. Zo spreekt Rinsma ook over de band tussen haar en haar twee kinderen (‘dat ik humanist ben, viel onze zoon zwaar. Hij is namelijk behoorlijk gelovig. Mijn en zijn overtuiging is enigszins tussen ons in komen te staan’); over de wereld zoals ie is (‘Trump is gevaarlijk’), haar 55-jarige huwelijk met Meindert (‘Heel soms dacht ik dat z’n viool belangrijker was dan ik’) en de toekomst.

‘Ik ben afgelopen winter heel hard gevallen in Emmen, toen ik op weg was naar een fotosessie van Emmenaar van het Jaar. Die val had in principe nooit hoeven plaats te vinden, want ik had een verkeerde datum in m’n hoofd en liep dus onnodig over het Raadhuisplein op weg naar het Atlas Theater. De nominatie Emmenaar van het Jaar heeft dus twee kanten voor mij: ene kant een eer, andere kant een zure nasmaak. Was ik niet genomineerd geweest, was ik daar nooit in de buurt geweest en dus ook niet zwaar ten val gekomen.’
De val heeft een behoorlijke impact op Rinsma gemaakt. Haar gezicht was een lange tijd bont en blauw en ze loopt nog steeds wat onwennig. ‘Mijn geheugen was mijn sterke kant, maar die laat me sindsdien een beetje in de steek.’

Niet tegenhouden

Op de vraag of Rinsma bang is voor de dood schudt ze kordaat haar hoofd. ‘Men zegt weleens: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. Nou, ik ben tóch een kwartje geworden en ik heb het allemaal zelf moeten doen. Ik heb een goed leven gehad en ik heb er alles uitgehaald. De dood kunnen we toch niet tegenhouden.’