Rechtbank doet eerder uitspraak in wurgmoordzaak Emmen

Emmen - De rechtbank in Assen doet op 7 juli vervroeg uitspraak in de zaak tegen de 51-jarige vrouw uit Emmen die verdacht wordt van wurgmoord op haar man en poging daartoe op haar dochter. Dit is een week eerder dan gepland.

Waarom dit gebeurt, kan advocaat Tjalling van de Goot, die de Emmense bijstaat, niet zeggen. 'Mogelijk wenst de rechtbank meer onderzoek'.

Een woordvoerster van de rechtbank Noord-Nederland, waar Assen onder valt, bevestigt de vervroeging van de uitspraak. 'Verdere mededelingen hierover wordt pas die dinsdag 7 juli gedaan'. Tegen de Emmense werd dinsdag een celstraf van acht jaar en TBS met dwangverpleging geëist.

Krijsen

De vrouw wurgde in de nacht van 23 op 24 januari haar echtgenoot Gerard Katoen met een sjaal. Dit gebeurde in hun woning aan de Druwerbrink in Emmen. Daarna probeerde ze haar 17-jarige dochter eveneens met een sjaal te doden. Het kind werd wakker en begon te krijsen. Hierdoor stopte de moeder. Ze wilde later een nieuwe poging onderneming, verklaarde ze later, maar zover is het niet gekomen.

De vrouw werd na dit drama in het Duitse Löningen aangehouden. Ze had onder invloed van alcohol een ongeval veroorzaakt. De vrouw verklaarde tegen de Duitse agenten dat ze haar man had gedood. En dat ze een poging had gedaan haar dochter te wurgen.

Samen uit het leven

De Emmense zei het leven niet meer te zien zitten. Ze had in de dagen daarvoor vaker met haar man erover gehad het leven te beëindigen. Ze dacht dat ze samen uit het leven zouden stappen. Volgens deskundigen kampt de vrouw met een autistische stoornis en depressies die door alcoholgebruik worden versterkt. De daad kan haar in sterk verminderde mate worden aangerekend en moet de vrouw worden behandeld. Een TBS met voorwaarden (een lichtere variant van TBS) is volgens de officier geen optie. ,,Hiervoor zijn de gepleegde feiten te ernstig". Voor de slachtoffers eiste de aanklaagster een schadevergoeding van 20.000 euro.

Geen herhalingsgevaar

Pleiter Tjalling van de Goot, die de Emmense verdedigde, vond de strafeis te zwaar aangezet. Voor een TBS met dwangverpleging komt de vrouw niet in aanmerking, meende de advocaat. Omdat in dat geval sprake moet zijn van herhalingsgevaar 'en is dit hier niet aanwezig', meende Van de Goot. Hij pleitte voor een celstraf van vier jaar, waarvan een groot deel voorwaardelijk met als voorwaarde een opname in een psychiatrische kliniek. In zijn ogen had de officier in de strafeis geen rekening gehouden met de coöperatieve proceshouding van de vrouw, dat ze geen strafblad heeft en de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. (ADP)