Aangifte voor illegaal verwijderen van asbest

Emmen - Eind september is aangifte gedaan bij het Gerechtshof in Den Haag van het illegaal verwijderen van asbest door de woningbouwcorporatie Lefier. Lefier zegt dat er een geschil is en het bij de advocaat ligt.

Eind 2010 wordt in een woning in Emmen een nieuwe tegelvloer aangebracht in de doucheruimte. De aannemer die de werkzaamheden uitvoert, haalt bij de werkzaamheden een dorpel weg. Dit gaat niet zonder daarbij de dorpel kapot te slaan. In de woning zijn op dat moment de bewoners nog aanwezig. Enkele jaren nadat die werkzaamheden zijn uitgevoerd, wordt er in het appartementencomplex asbest gevonden. De woningbouwcorporatie laat de bewoners weten dat er naast de gevonden asbest ook nog andere soorten asbest in de woning aanwezig zijn.

Ontkenning en afwijzing

Daarop nemen ze contact op met de woningbouwcorporatie om te vragen hoe dat bij hun is gegaan en of dit hetzelfde soort asbest is. De woningbouwcorporatie en haar advocaat reageren daarop een jaar lang afwijzend en geven geen helderheid over de situatie rondom de sloop van de asbestdorpel. Als in september 2013 wederom een ontkenning en afwijzing van de woningbouwcorporatie wordt ontvangen, is de maat voor deze bewoners vol. Ze besluiten de provisorisch geplaatste “ opzet dorpel” te verwijderen om na te gaan wat er onder aanwezig is. Dan blijkt tot hun grote schrik dat er nog resten van de kapot gehakte dorpel onder de “opzet dorpel” zit.

Geen gevolgen

De woningbouwcorporatie komt een week later toch met het voorstel de situatie door een onderzoekslaboratorium te laten onderzoeken en daarna het asbest te saneren. Dit gebeurt zoals het door de wet en regelgeving voorgeschreven wordt in “containment” (afgeschermd en zonder dat de bewoners in de woning aanwezig mogen zijn). Op grond van die handelwijze wordt een “claim” ingediend bij de woningbouwcorporatie. Het antwoord van de advocaat van de woningbouwcorporatie is verassend. Er wordt aangegeven dat de douchedorpel niet conform vigerende wet en regelgeving is verwijderd, maar dat daar geen gevolgen voor de bewoners uit zijn voortgevloeid.

Geen enkel risico

De bewoners besluiten aangifte te gaan doen bij de Officier van Justitie van het landelijke “functioneel parket”. Dit functioneel parket is belast met onderzoek naar strafbare feiten ten aanzien van de milieu wetgeving. Uiteindelijk wordt door dit parket de opdracht verstrekt aan de politie Emmen om de zaak te onderzoeken. De politie Emmen neemt dan contact op met de gemeente Emmen, die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van vergunningen en handhaving op het gebied van asbestsanering. Het hoofd van de afdeling handhaving verklaart in het proces verbaal dat “hij onderzoek heeft gedaan” en “dat er geen enkel risico voor de bewoners bestond”.

Een valse verklaring

Beide verklaringen zijn gelogen, gezien het feit dat de bewoner van de woning nimmer bezoek heeft gehad van de voornoemde ambtenaar. Dat hij daarbij de conclusie trekt “dat de bewoners geen risico hebben gelopen” is iets dat door de feitelijke beoordeling van zowel de heer Ir. T. Witteman als het onderzoeksbureau “Search” niet kan worden vastgesteld. Hiermee wordt door de voornoemde ambtenaar een valse verklaring gegeven in een officieel proces-verbaal.

Strafvervolging

Inmiddels is er een verzoek gedaan bij het Gerechtshof in Den Haag om op grond van art 12 strafvervolging in te stellen tegen zowel de woningbouwcorporatie als de voornoemde ambtenaar.