Plaat voor je kop
Door Wouter Bessels

Plaat voor je kop 59: Brian Eno & David Byrne

Over Brian Eno kan je met gemak vier of vijf blogs vullen. Over zijn eigenzinnige producties voor U2 en Coldplay, zijn baanbrekende ambient-werk en onorthodoxe manier van muziek maken. Maar hij is ook niet vies van samenwerkingen met anderen.

De meest recente is die van een paar weken geleden. Eno's album met Underworlds Karl Hyde komt in mei uit op het gerenommeerde Warp-label. Ruim veertig jaar na zijn lidmaatschap in Roxy Music, waar hij al snel uitstapt om zijn horizon verder te verbreden. Die jaren zeventig vormen de basis voor veel musici van de babyboom-generatie. Zo ook de in 1948 geboren Eno.

Via gitarist Robert Fripp (King Crimson) en David Bowie komt hij in 1977 in aanraking met David Byrne van Talking Heads. Die groep heeft net haar debuut uitgebracht en speelt de CBGB-club in New York City plat. In de jachtige muziek van de ‘Heads’ weerspiegelt Byrne het leven van New York City. De drukte, de haast, maar ook de kleuren en het soms onpersoonlijke karakter. Vanaf het tweede album “More Songs About Buildings and Food” is de samenwerking met Eno een feit. Die laatste is dan vooral in de ban van de Afrikaanse ritmes van Fela Kuti en de complexe ritmiek van de Duitse band Can. Beide smelten prima samen met de snelle en ritmisch georiënteerde liedjes van Talking Heads.

Als het derde album “Remain In Light” in 1980 in de maak is, besluiten Byrne en Eno samen een duoplaat op te nemen. Dat wordt “My Life In The Bush Of Ghosts”. Muzikaal volledig in de lijn van Talking Heads, maar zonder Byrne’s wanhopige zang en teksten. Wat dan wel? Eno en Byrne gebruiken samples van tv-dominees, de Libanese zangeres Dunya Yusin en op de radio uitgezonden politieke debatten. Daarmee is het duo de tijd vooruit en wordt het album na dertig jaar nog steeds gezien als een belangrijk pionierswerk.
Muziek opgebouwd uit samples: met deze plaat is het allemaal begonnen.
En dat in het analoge tijdperk, zonder computers of andere digitale hulpmiddelen.

Het moet halverwege de jaren negentig zijn geweest, als ik luister naar de uitzending van de ‘Plaat van de eeuw’. Een alternatieve versie van de ‘beste album allertijden’-verkiezing, samengesteld door popcritici en uitgezonden door de VPRO. De lijst staat afgedrukt in Nieuwe Revu. Terwijl het mij welbekende Marvin Gayes “What’s Going On” op nummer 1 staat, biedt de uitzending mij een schat aan nieuwe ontdekkingen. Als “My Life In The Bush Of Ghosts” ergens halverwege langskomt, hoor ik ‘Regiment’ voor het eerst. Een week later koop ik een tweedehands exemplaar van de plaat en een paar jaar later de cd-versie.
Met die laatste is wat aan de hand: het nummer ‘Qu’ran’ staat er niet op en is vervangen door ‘Very Very Hungry’. Ik ga op zoektocht en ontdek dat het verdwenen nummer gezongen delen uit de Koran bevat en dat heeft voor een controverse gezorgd. Een islamitische beweging in Londen spreekt van godslastering en eist in 1982 dat het nummer van de plaat verdwijnt. Ook op de in 2006 uitgebrachte remaster van het album blijft ‘Qu’ran’ achterwege, terwijl er een paar interessante bonustracks op staan en het boekje informatie bevat over de totstandkoming van het materiaal.

Maar de ware ontdekking in relatie tot dit album moet voor mij dan nog komen. Ik ruil veel met andere liefhebbers zeldzame opnames en plots stuit ik op een cassette met ‘early demos’ van “My Life In The Bush Of Ghosts”. Naar verluidt rechtstreeks afkomstig uit de archieven van David Byrne. De opnames dateren van eind 1980, als Byrne en Eno al “Remain In Light” met Talking Heads hebben opgenomen en uitgebracht, maar het dan ook al afgemaakte “My Life…” nog even op de plank blijft liggen, omdat de gebruikte geluidssamples wachten op goedkeuring. Op de cassette hoor ik de plaat in zijn embryonale vorm. Een kale en trage vroege versie van ‘Jezebel Spirit’, ‘Mea Culpa’ dat wat langer duurt en de nummers in totaal andere volgorde staan. David Byrne en Brian Eno zijn tijdens het lange wachten blijven opnemen en zo verandert de inhoud van het album gaandeweg, aangepast aan nieuw materiaal en beter klinkende versies van het eerste instantie opgenomen geheel. Een schatkamer vol geluiden en wereldse sferen.
Het zal nog een jaar duren voordat, in 1981, het album wordt uitgebracht. Een paar van die vroege demo’s komen op de al genoemde heruitgave van de plaat terecht, maar eigenlijk staat de eerste versie behoorlijk op zichzelf.

Nooit meer zouden zowel Byrne als Eno zo’n krachtig album maken, alhoewel Eno de broeierige sfeer verder uitbouwt op zijn producties voor U2 (“The Unforgettable Fire” en “The Joshua Tree”). David Byrne raakt in een creatief isolement en broedt op een solocarrière, terwijl Eno zijn horizon alleen maar blijft verbreden.
Samen maken ze nog in 2008 “Everything That Happens Will Happen Today”, waarmee Byrne op tournee gaat. Na 27 jaar een waardige opvolger die een ander geluid laat horen.
Gelukkig maar, want een mijlpaal als “My Life…” wil je niet overtreffen.
Het is de tijdloze weerspiegeling van alles wat na 1981 Urban en World Music is gaan heten.
 

Beluister “My Life In The Bush Of Ghosts” op Spotify.
 

BRIAN ENO & DAVID BYRNE – ALBUMS
My Life In The Bush Of Ghosts (1981)
Everything That Happens Will Happen Today (2008)