Column Eric van Oosterhout | Straatgedichten

We naderen de leeftijd van de mensen waarvoor geen cadeau meer is te bedenken. Bij ons 41-jarig samenzijn krijgen we daarom van elk van de drie dochters een verrassend uitstapje.

We naderen de leeftijd van de mensen waarvoor geen cadeau meer is te bedenken. Bij ons 41-jarig samenzijn krijgen we daarom van elk van de drie dochters een verrassend uitstapje. De oudste doet de aftrap in Utrecht. Als bij een spannende date spreken we af onder de Dom. Zo heet het museum daar ook. Maar we worden al snel voorgesteld aan een collega van haar. Kila van der Starre heeft ook Nederlands gestudeerd en promoveerde op het onderwerp ‘straatpoëzie.’ Zij gaat ons langs diverse gedichten in de Utrechtse binnenstad rondleiden. Daarbij moet ze een keuze maken, want er zijn er wel zo’n 150.

Veel straatgedichten kennen ook een mooi verhaal. Zo ligt er pal tegenover de Dom een gedicht op straat, dat ingaat op de vervolging van homo’s door de eeuwen heen. Een actueel thema. Even verder ligt een gedicht op een terras aan de gracht, zodat het vaak onleesbaar is. Het is nog vroeg, zodat we het rustig kunnen lezen. Het verwijst naar een verzetsstrijder, die er tegenover is geboren. Iets verderop staat het beeld van de enige Nederlandse paus.

Op de grond is een gedicht aangebracht; voor de zekerheid staat er een typisch Nederlands bordje bij: ‘Op dit gedicht geen fietsen plaatsen’. Of wat te denken van dat prachtige gedicht van Kees Stip op een mooi houten bord in het steegje met de fraaie naam ‘het Hanengeschrei’:

 

‘Ik heb haar gezoend in het Hanengeschrei 

Bij de automaat aan de Ghoorstraat 

Terwijl ze garnalencroquetjes at 

Of wat daar gewoonlijk voor doorgaat”(…). 

“Voor deze zoen mag de duivel mijn ziel 

En mijn lichaam de schillenboer halen 

Ik proefde de eeuwige zaligheid 

En een klein beetje ook de garnalen”

 

We staan te grinniken voor de gevel. En zo horen we bij elk gedicht steeds weer een ander verhaal. We eindigen bij de Doopsgezinde kerk, met een gedicht van stadsdichter Ingmar Heytze:

‘Hier staat een huis waarin een kerk verscheen/het huis schijnt er nog steeds doorheen’

Een dag later brengen we onze geliefde oom Bob naar zijn laatste rustplaats in Breda. Gedurende de coronatijd schreef ik een paar keer over hem. Hij stierf op 91-jarige leeftijd, zonder vrouw en kinderen. Als de laatste broer van je vader overlijdt, is dat aangrijpend. Mijn toespraak eindigde met een troostend gedicht van een van mijn favoriete dichters: Rutger Kopland. Met die befaamde regel die zo op elke gevel kan: ‘Je blijft iemand op wie wordt gewacht’.


‘Weggaan is iets anders 

dan het huis uitsluipen 

zacht de deur dichttrekken 

achter je bestaan en niet 

terugkeren. Je blijft 

iemand op wie wordt gewacht 

Weggaan kun je beschrijven als 

een soort van blijven. Niemand 

wacht want je bent er nog. 

Niemand neemt afscheid 

want je gaat niet weg’


Emmen kan nog wel wat poëzie gebruiken. Wie weet een mooie gevel?

NB. Op www.straatpoezie.nl staan bijna 3000 straatgedichten, geordend per plaats of dichter. Emmen staat er met 1 straatgedicht in. Meer gedichten zijn te horen op zondagmiddag 31 oktober tijdens het NK light-verse in café Groothuis.