Column Eric van Oosterhout | Vooruit struikelen

Als de wekker iets voor zevenen afgaat, moet ik eerst even denken waar ik ben. Het is lang geleden dat ik voor de zaak in een hotel sliep. Corona maakte van trekvogels huismussen. Ik weet het weer. Ik ben in een Utrechts hotel.

De avond van tevoren kwamen we als bestuur van de Vereniging Sport en Gemeente (VSG) bij elkaar. Ik ben al bijna acht jaar lid van het hoofdbestuur. Vandaag is onze congresdag.

Even denk ik terug aan twee jaar geleden. Toen was het congres in Emmen en sliep ik in mijn eigen mandje. Wat was dat een succes. Zo’n 250 mensen waren onze gast. En menigeen was nog nooit in Emmen geweest (’wat is het hier mooi’).

Ik kom wat stram uit bed. Mijn zestig jaren geven een beetje wijsheid en veel stijfheid. Eerst maar eens sporten. Als je bij een sportbestuur zit, moet je wel het goede voorbeeld geven. Toch ben ik alleen in de kleine sportschool van het hotel. Eigenlijk vind ik er niets aan, zo’n domme loopband. Buiten hardlopen verveelt nooit. Maar in een vreemde stad is dat nooit zo mooi als bij Weerdinge. Na een half uurtje dom doordraven, zwem ik nog een tijdje in het zwembadje.

Het congres is in het stadion van FC Utrecht. Je kan niet elke dag in De Kuip zijn. Bij binnenkomst laten we allemaal onze corona-app zien, die in een paar seconden is gescand. Vanaf het begin hangt er een uitgelaten sfeer. Voor veel mensen is het het eerste congres na de coronatijd.

Het thema van het congres is dan ook: ‘Een nieuwe start’. De bekende oud-wielrenster Marijn de Vries - ex-Drent - praat de zaak vlot aan elkaar. Na een reeks goede lezingen blijf ik toch wat zoeken naar de rode draad. Natuurlijk, uit allerlei onderzoek blijkt dat we in coronatijd noodgedwongen anders zijn gaan sporten. Wandelen werd ineens heel populair. En ook tennis - anderhalve meter! - deed het goed. Maar of de sportwereld er na corona ineens heel anders uit gaat zien, is de vraag. De eerste tekenen zijn dat de verenigingen vooralsnog weinig leden zijn verloren. Wel komt een ander beeld scherp naar voren. De bekende tweedeling in de samenleving tekent zich juist nu in de sportwereld scherp af. De hoger opgeleiden lijken even met de kop te schudden, om vrolijk weer verder te gaan. De lager opgeleiden blijken nog minder te zijn gaan sporten.

Aan een tafel met onder andere de baas van de Olympische ploeg praten we hier over door. Het is zorgelijk als juist kinderen van ouders die het niet zo breed hebben, steeds minder zijn gaan sporten. In coronatijd zaten ze noodgedwongen vaak binnen, in kleinere huizen en met minder ondersteuning. Zo ‘struikelen ze vooruit’, zoals een Vlaamse professor eerder op de dag fraai zei. 

Juist voor deze kinderen is het zo belangrijk dat we sport en bewegen blijven stimuleren. Met goede sportverenigingen. Met mooie sport- en speelplekken. Met goede buurtsportcoaches. En met een gemeente die daar graag bij ondersteunt.