Column Eric van Oosterhout | Amer

Even leek het erop alsof meneer Corona de deur achter zich had getrokken. Hij kwam nog wel eens even buurten. En een enkele keer bleef hij wat langer logeren. Maar ‘het ergste was achter de rug’, zeiden we tegen elkaar. Met zijn vertrek stond er weer een leuke week voor de deur.

Het was bijvoorbeeld ‘De Week van het Lezen en Schrijven’. Dus we hadden weer allerlei activiteiten om aandacht te besteden aan laaggeletterdheid. Ook was er weer een mooie avond in het Atlas Theater om daarover door te praten: ‘Ik was 45 toen ik voor het eerst mijn naam kon schrijven’.

En het was de week waarin de gemeenteraad weer aan een nieuw politiek seizoen begon. Op een mooie zomeravond in Wildlands was de sfeer tien keer beter dan op het Binnenhof.

En het was de week waarin ik twee mooie boeken kreeg aangeboden. Op het Nationaal Archief (bijna onze buurman) de Historische Stadsatlas met bijzondere aandacht voor Emmen. En bij Eetcafé Groothuis het minstens zo mooi uitgegeven boek over veranda’s bij Drentse cafés. 

En het was de week waarin FC Emmen glorieus won met 7-1.

En het was de week waarin cultureel Emmen een voorproefje liet zien van al het moois in het komende jaar.

Het zou een heel fijne week zijn geweest. Maar het werd een zomerdag die eindigde met een vreselijke onweersbui. Zo’n bericht dat voelt als een tik met een hamer op je neus. Op een knetterdrukke werkdag met tientallen mailtjes duikt ineens dat ene berichtje op: Amer is overleden. Hij was de eigenaar van Amer Foods, de supermarkt naast de Aldi in Emmermeer. Ik mocht de zaak vorig jaar oktober openen.

De familie van Amer is zo’n voorbeeldig vluchtelingengezin, waarvan er zoveel zijn. Vader, moeder, en drie leuke dochtertjes. Vijf jaar geleden gevlucht uit Syrië. Via het AZC Oranje belandden ze in Gasselternijveen, waar ik ze als burgemeester verwelkomde. Ik stel me altijd de omgekeerde route voor. Hoe zou het zijn als ik met mijn vier dames zou moeten vluchten naar een land waar ik niets heb en niemand ken.

Ze worstelen zich er doorheen, met steun van veel lieve Drenten. De taal leren, de gewoontes, een rijbewijs. En uiteindelijk je droom realiseren in een heel ander land: een eigen supermarkt met Midden-Oosten producten. Bij de opening maak ik een diepe buiging. Zijn drie dochtertjes staan erbij te lachen als ze mij een schaar voor de opening op een kussentje aanbieden.

Nog geen jaar later werd meneer Corona een niet gewenste klant. Na een paar weken op de IC verliest hij de strijd.

Ik ben weer terug in het dorp waar het allemaal begon. Houda, Sara, Kenda en Hala staan er totaal verslagen bij. Kapot. Alsof je een hoge berg hebt beklommen en dan van de top valt. Het dorp staat om hen heen, ‘de winkel moet wel blijven burgemeester, we helpen ze’. En voor de zoveelste keer vervloek ik die rotziekte. Al is het maar, omdat ik niet even een arm om hun heen kan slaan.