Column Eric van Oosterhout | Vrij

Op 4 mei houd ik een toespraak, die wordt uitgezonden door streekomroep ZO!34. Een samenvatting:

Hier sta ik dan. In een stille, lege kerk. Zo hoort het niet te zijn. Want herdenken, dat doen we samen. Letterlijk stilstaan bij een oorlogsmonument. Met toespraken, een gedicht, kransleggingen en twee minuten stilte. Dit jaar herdenken we opnieuw in een aangepaste vorm. 76 jaar na de bevrijding.

We leven in een tijd, waarin er straks geen overlevenden meer zijn van de oorlog. Juist nu is het belangrijk om een moment stil te staan bij de verschrikkingen van de oorlog en wat vrijheid voor ons betekent. Dat doen we veel te weinig.

Dat besefte ik ook toen ik onlangs met onze commissaris van de Koning een gesprek had met een Syrische vluchtelinge. Zij vertelde ons hoe het is als je als jonge vrouw alleen vanuit Syrië over de bergen in Turkije moet vluchten naar een totaal ander land. De onzekerheid, de ellende, de gevaren, die zij op haar pad tegenkwam en haar tekende voor het leven. En ze moest vervolgens maanden in eenzaamheid en in onzekerheid in een AZC wachten op wat de toekomst ging brengen. En wachten op haar man, die pas veel later kwam omdat zijn leven groot gevaar liep.

Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen mocht ze als Nederlandse voor het eerst van haar leven stemmen. Ze vertelde ons dat ze de nacht ervoor wakker had gelegen. Het was - vertelde ze ons - een van de mooiste dagen van haar leven. Het ontroerde me.

Wat voor ons zo gewoon voelt, is eigenlijk heel bijzonder. De komst van mensen uit andere, minder vrije landen leert ons dat. De coronapandemie heeft ons nog eens extra laten beseffen wat vrijheid is. Ik vind coronademonstraties waarin wordt gevraagd om ‘vrijheid’ lastig te begrijpen.

Remco Campert schreef: ‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden’. Zijn vader, Jan Campert, schreef voordat hij in 1943 als verzetsman werd geëxecuteerd: ‘Gedenkt, die deze woorden leest / mijn makkers in den nood /… er komt een dag na elke nacht / voorbij trekt ied’re wolk’.

Dit is hét moment om nog eens extra te beseffen hoe goed we het hier met elkaar hebben. En nee, het is niet in alle opzichten een ‘gaaf land’. Daarvoor zien we nog teveel verschillen in de samenleving. Maar het is wel een land waar VRIJHEID nog met hoofdletters kan worden geschreven. Een land waar iedereen ongestraft voor zijn of haar mening kan uitkomen.

Ook 76 jaar na de bevrijding moeten we hard blijven werken voor vrijheid. Verhalen moeten we blijven vertellen. Zoals van de talentvolle Syrische vluchteling, die in Nederland een veilig thuis gevonden heeft, haar nieuwe vrijheid omarmt en plannen maakt voor de toekomst met haar man en kind.

Ik sluit mijn toespraak op 4 mei al jaren af met hetzelfde gedicht. Het zijn de laatste zinnen van het gedicht Vrede van Leo Vroman: ‘Kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen / en herhaal ze honderd malen: / alle malen zal ik wenen’.