Column Eric van Oosterhout | Wat jammer ja

Als ik de parkeerplaats oprij bij het stadion De Langeleegte in Veendam, is het alsof ik er niet weg ben geweest. Klaas Fleurke staat me bij de ingang op al op te wachten. Hij schreef een prachtig boek over de ondergang van SC Veendam: 'De Langeleegte huilt'.

Ik mocht het voorwoord schrijven. In coronatijd kunnen ook boekpresentaties geen doorgang vinden. Dus doen we het maar zo, op deze voor ons beiden bijzondere plek. In het voorwoord schreef ik onder andere het volgende:

,,Het is alsof ze het doen om de overgang iets minder hard te maken. Jaren zat ik op de tribune van SC/BV Veendam. Aan de Langeleegte heb ik veel gejuicht, maar ook wel gehuild. De club ging ten onder en even later werd ik burgemeester van Emmen. Natuurlijk belandde ik daar ook weer snel op de tribune. Daar was ik toen natuurlijk wel vaker geweest. Zo zag ik er menig wedstrijd tussen Emmen en Veendam. Nu was ik bij gebrek aan de geelzwarten supporter voor de roodwitten.

Toch is dat een minder grote overgang dan gedacht. Er zit immers inmiddels een heel leger van oud-Veendam spelers en begeleiders bij de Drentse club. En niet de minste. De beste spelers van FC Emmen, Michael de Leeuw en Anco Jansen, speelden eerst aan de Langeleegte. Ook de leukste elftalleider van Nederland Harm Hensens, en toptrainer Dick Lukkien werden opgeleid bij de Veenkolonialen. Van 1980 tot de ondergang in 2013 zag ik er vele wedstrijden, inclusief de allerlaatste thuiswedstrijd.

Op weg naar het stadion had ik heen en terug altijd wind tegen. In een snijdende wind dook je ineen op de tribune, waar altijd nog wel plaats was. Ik leerde het echte Gronings op de tribune van De Langeleegte, waar meer werd gevloekt dan op menig havenwerf.”

Er was altijd gedoe met geld. Geregeld was ik betrokken bij allerlei soorten reddingspogingen. Directeur Henk Eising zette zich bewonderenswaardig in.

Nog zie ik Henk ‘pom pom pom’ de Haan op zijn eigen unieke wijze alles uit de kast halen om de club te redden. Het werd ‘The last post’. In het voorjaar van 2013 was het einde verhaal. Thuis in Borgercompagnie klonk een luide vloek. Op het stadion vocht ik tegen de tranen. Ik had nog wel meer liefdes, maar voor die vele vrijwilligers was de BV Veendam alles in hun leven. ‘Het vuilt asof er iets amputeert is, burgemeester’. We waren er dichtbij, maar het was niet gelukt.

‘As doe toen burgemeester in Veendam har west, hadden we nou nog voetbald’. Dat laatste denk ik niet, want ook het gemeentebestuur had het er moeilijk mee. En terecht, want Veendam zonder ‘Langeleegte’ is als Emmen zonder dierentuin.

Er is één rode draad in al hun verhalen: wat jammer dat BV Veendam niet meer bestaat. Nooit meer kunnen schelden op een tribune in een gierende storm, nooit meer juichen voor die onverwachte goal in de laatste minuut, nooit meer een knuffel van kantinedame Pieta. Mooi dat er nog een stukje Veendam voortleeft in FC Emmen.