Column Eric van Oosterhout | Een smal bergweggetje

Het voelt elk jaar als een klein feestje, een burgemeesterhand is snel gevuld. Voor de eerste keer weer in de korte broek hardlopen. Vroeger zeurde je je moeder de kop gek op de eerste zonnige dag: ‘Mam, mag ik met zonder jas’.

Nu bepaal je het zelf, hooguit achterna gekeken door een bezorgde echtgenote. We doen een weekendje Amsterdam om Middelste Dochter weer eens te zien. Ze woont niet al te ruim, dus kiezen we voor een hotel. De bezetting is nog geen tien procent…

Hardlopend in het Vondelpark ruikt het al wat naar de lente. Jaren geleden liep ik hier het slot van de marathon. Het is er aanmerkelijk minder druk dan gisteren. Toen leek het of half Amsterdam dit ene plekje natuur wilde bezoeken. Hoewel ‘natuur’ een wat overdreven benaming is voor deze verzameling grasvelden met wat bomen. De restanten van deze stormloop zijn goed zichtbaar. Overal liggen etensresten, glazen, wijnflessen en bierblikjes. De rondtrekkende zwervers en de gemeentereiniging hebben het er maar druk mee.

Toch hebben we een paar fijne dagen. Een knuffeltje zit er niet in, maar het is altijd fijn om een gezonde slimme dochter te zien genieten. Op het strand van Bloemendaal heeft Bennie, de geadopteerde Griekse zwerfhond, het minstens zo naar de zin.

Weer thuis gekomen, wordt het leven wat minder zorgeloos. Ik blijk ergens corona te hebben opgelopen. Gelukkig heb ik er weinig last van. Als je dan toch bij huis moet blijven is Weerdinge nog niet zo’n beroerd quarantaine-oord (en dank voor de vele lieve en bezorgde reacties).

Ik heb meer te doen met de ondernemers die op een andere manier door corona worden geveld. Met wethouder Rink spreek ik vanuit huis met een delegatie winkeliers uit Klazienaveen. Hun actie trok landelijk belangstelling. De slogan ‘Wij gaan weer open’ klonk als een noodkreet. Het water staat menig ondernemer aan de lippen.

We hebben ondanks de nare omstandigheden een mooi gesprek. Wij tonen begrip voor hun roep om versoepeling van de maatregelen. Het moet toch mogelijk zijn om in winkels de coronarichtlijnen te volgen en iets meer toe te staan dan twee bezoekers per etage. Ik snap de frustratie van een kledingondernemer die dicht moet blijven, terwijl de supermarkt aan de overkant van de straat 100 man over de vloer heeft (zonder coronagevolgen).

Omgekeerd is er ook alle begrip voor de burgemeester, die zegt dat hij geacht wordt de regels te volgen en eventueel te handhaven. Bovendien nemen ze van ons aan dat we er alles aan doen om te pleiten voor meer mogelijkheden voor de ondernemers. En als het dan nog niet echt kan, moeten in ieder de geval de financiële steunmaatregelen voor de detailhandel en horeca op orde zijn.

,,Volhouden”, roept de premier. En dat snappen we ook wel weer. We moeten ons met elkaar aan de regels blijven houden. Maar we proberen ook aandacht te blijven vragen voor de financiële en sociale problemen die corona met zich meebrengt. Het blijft sturen op een smal bergweggetje langs een diep ravijn.