Column Eric van Oosterhout | Coronataal

,,Ik ben nu wel helemaal klaar met die corona.” We horen het vaker dan een keer op een dag. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen. Maar het vervelende is dat dit soort zinnen weinig helpt. Het enige dat wel helpt is je aan de coronaregels houden en vervolgens hopen op een goed werkend vaccin. En dan ook nog hopen dat voldoende mensen net zoveel vertrouwen hebben in vaccineren als ik.

Corona zal dus nog wel even het gesprek van de dag blijven. In dat gesprek gebruiken we steeds meer nieuwe woorden. De hoofdredacteur van de Van Dale, Ton den Boon, schreef er een leuk boekje over. Het zorgt voor een glimlachje in verdrietige tijden. Het heet ‘De taal van het nieuwe normaal’. Hij legt een lijst aan van meer dan 1000 nieuwe woorden die allemaal iets met de nieuwe ziekte van doen hebben.

Ik vroeg op de sociale media welke coronawoorden opvallen. Ze staan allemaal in het boekje met een korte omschrijving.

Uit de inzendingen volgt in willekeurige volgorde een top 10:

* Hoestschaamte: het is ons allemaal wel eens overkomen. Je verslikt je in een gezelschap en er dreigt een hoestbui. Je ziet de boze blikken al verschijnen.

* Stoepzwaaien: toen de verzorgingshuizen dichtgingen, restte er niet zoveel meer dan vanaf de stoep zwaaien naar oudere geliefden achter het raam.

* Raambezoek: mensen die geluk hadden met een opa en oma op de begane grond spraken soms door een raam dat op een kiertje stond. Ook werden er hoogwerkers ingehuurd voor dit doel.

* Blokjesverjaardag: heerlijk nieuw woord van onze premier. Het vieren van een verjaardag door in tijdblokken op dezelfde dag met kleine groepjes de taart opeten.

* Coronakilo’s: de helft van Nederland is meer aan het sporten, de andere helft zit meer thuis op de bank met chips en ziet de kilo’s toenemen. Een variant is het ‘coronakapsel’, het haar dat door de sluiting van de kappers flink doorgroeide.

* Aanhoesten: bijzondere constructie. Hoesten in de richting van iemand, waardoor je de persoon corona kan ‘aan doen’.

* Dor hout: de wat ongelukkige uitdrukking van een columniste. Zij doelde op het feit dat vooral oude mensen aan corona ten onder gaan. Klinkt wat troostend voor de jeugd, maar komt schrijnend over bij een generatie waar we van houden.

* Prettester: iemand die zich zonder klachten meldt bij een teststraat. Taalkundig bijzonder, want de tester, is de persoon die de test afneemt. Ook mooi: draaideurtester.

* Oplieren: bijzonder werkwoord. Onze minister spreekt over het ‘oplieren van het virus’. Dat lijkt een verspreking, die hij bleef herhalen. Waarschijnlijk bedoelde hij ‘oplaaien’.

* Huidhonger: wat mij betreft het mooiste woord. De ‘anderhalvemetersamenleving’ (ook al een mooi woord) die ervoor zorgde dat mensen elkaar niet mogen aanraken. Zo mis ik al maanden een knuffel met dochters. ‘Huidvrees’ is ook mooi. De angst om andere mensen aan te raken.

Kortom, corona brengt weinig goeds, maar wel veel leuke taalvondsten. Dat geeft dan toch een beetje hoop.