Column Eric van Oosterhout | Paraplu

In februari bezochten we de ‘Middelste Dochter’ in New York. Op de luchthaven werd ons gevraagd of we recent nog in China waren geweest. Een wat bijzondere vraag, vonden we toen. We hadden een heerlijk weekje met elkaar.

New York is een prachtige stad, zeker als je wordt rondgeleid door leuke ‘locals’ als Middelste Dochter en Vriend. Ook een voorstelling in een bomvol Broadwaytheater zat in het programma.

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Maar het was in de voorjaarsvakantie, slechts iets meer dan een half jaartje geleden. In de zomervakantie hielden we het op een weekje Ameland. We besluiten in de herfstvakantie op pad te gaan. Standaard was dat een uitje met ‘beppe’ (oma). Na haar plotselinge overlijden besluiten we de traditie toch maar in ere te houden. Dat zou ze wel mooi hebben gevonden.

We vinden een eenvoudige hotelletje onder Nijmegen. Het heuvellandschap bij Groesbeek is verrassend mooi. Op zondag doen we de ‘N70’, een schitterende wandelroute over 16 kilometer. Er is geen meter vlak. Dus de volgende dagen doen we het iets kalmer aan met onder andere een bezoek aan het interessante Vrijheidsmuseum en het Afrika-museum.

Toevallig zijn we een uur voor de toespraak van de minister-president weer thuis. De teugels worden aangehaald. Dat was te verwachten. Voorlopig geen verre vakanties meer, of je moet een huisje in Griekenland hebben. In de loop van de week vinden er weer allerlei discussies plaats. De kracht van Nederland is dat we overal een opvatting over hebben. Of het nu gaat om de linksback van het Nederlands elftal of het nut van een gesloten café. We vinden er wat van. Feit is dat we het met elkaar nu moeten rooien om nog een beetje een gezellige jaarwisseling te kunnen vieren.

Om de mensen daarbij iets te helpen, delen we ’s zaterdags op de markt in Klazienaveen gratis paraplu’s uit. Het is een symbolische actie. Maar de uitgeklapte schermen zorgen als vanzelf voor de gevraagde anderhalvemeter.

Het is prachtig zonnig weer. Maar we zijn in iets meer dan een kwartier door de 200 paraplu’s heen. Ik was er van tevoren niet helemaal gerust op hoe het zou gaan. Geen wanklank gehoord. Wel veel waardering en begrip.

Een al wat oudere mevrouw blijft met de fiets aan de hand een praatje maken. Ze is niet echt bang voor de ziekte, maar je moet het ook niet onderschatten, zegt ze. ,,Ik kan de paraplu opzetten als het regent, en anders doe ik wel zo”. Ze maakt lachend een gebaar alsof Rambo een mitrailleur van links naar rechts leegschiet. Twee jongens, een jaar of 16, staan lachend op een afstandje te roken. ,,Je krijgt een plu, als dit je laatste sigaret was.” Die openingszet hadden ze niet verwacht. Corona zullen ze nog wel overleven, maar vanaf je jeugd stevig roken kost je geheid een hoop andere ellende. ,,Okay,” zegt de een wat weifelend. Ik geef hem de paraplu, maar ik moet het nog zien.

In de verte zie ik een man met een uitgeklapte paraplu lopen.