Column Eric van Oosterhout | Mop

Tussen de nalatenschap van mijn lieve schoonmoeder treffen we van alles en nog wat aan. Het is net als bij het opruimen van het huis van mijn ouders. Vaak gaat het niet zozeer om de grote stukken. De meubels, het servies en de kleren zijn niet eens zo interessant.

Je wordt pas geraakt door dat ene theelepeltje, dat ene prul dat altijd op de vensterbank stond of dat eigenlijk erg lelijke schilderij, dat je nu ineens leert waarderen. Zo duiken er twee boekjes op. De een heet ‘Humor Pillen. Een serie dol grappige moppen van de beste humoristen uit Nederland’. Het andere: ‘De humorist; bevattende een groot aantal leuke moppen’. Het laatste boekje kent ook nog ‘ruim 200 vragen over hersengymnastiek’. Die vragen zijn ook een soort moppen in de categorie: ‘Waar smaakt de wijn het beste?’ Antwoord: ‘Op de tong’.

De boekjes kostten 35 en 50 cent. Op de achterkant staat reclame: ‘Heeft u een feest of bruiloft? Dan voordrachten, samenspraken enz. uit Magazijn De Voordracht’. Er zit een voorbeeld van een voordracht bij van de uitgeverij Deko: ‘n Deko voordracht geleerd, succes gegarandeerd!’. Schitterend. De voordracht heet: ‘De zaak zit zo... schets voor 2 dames en 2 heren’.

Prachtig. Om een feestavond wat op te vrolijken, kocht je gewoon een boekje. Een paar avonden oefenen tussen de schuifdeuren met Ome Koos en Tante Miep. Lachen en succes verzekerd.

Het moppenboekje maakt de gezellige avond compleet. Je ziet de iets te dikke licht aangeschoten oom ze al voordragen. Lang geleden dat ik een mop hoorde. Blijkbaar is het genre wat op zijn retour. Ik verkeer misschien niet in de juiste kringen, maar ik kom zelden op een bijeenkomst waarop iemand zegt: ‘Ik ken nog een goede mop’. Als ambtenaar werkte ik eens voor een Groningse wethouder, die geregeld een schuine mop vertelde, die ik nog niet in de kleedkamer van de voetbalclub durfde te vertellen: ‘Kom ‘n man bie dokter en zegt, dokter mien apparaat dut ‘t nait meer’. Dat werk.

Het beduimelde boekje had hem kansen geboden: ,,Zeg buurvrouw, je had me toch aangeraden dat tafelkleed met die wijnvlekken een nacht buiten te hangen. Ja, zijn de vlekken weg? Dat weet ik niet, maar het tafelkleed is wel weg.”

En in het andere boekje staat deze dijenkletser: ‘Een gevangene krijgt een nieuwe celgenoot. Hoe lang moet jij. Vijftien jaar, en jij? Ik achttien jaar. Neem jij dan maar het bed bij de deur, want jij moet er het eerste uit’.

Er blijken betere moppen. Uit een onderzoek onder 40.000 moppen kwam deze als beste naar voren: Twee jagers zijn in het bos als een van de twee in elkaar zakt. Hij lijkt niet meer te ademen. Zijn maatje belt snel 112: ‘Help, mijn vriend is dood. Wat kan ik doen?’ De telefonist antwoordt: ‘Rustig aan, ik kan helpen. Om te beginnen moeten we zeker weten dat hij dood is’. Er volgt een stilte, daarna klinkt er een geweerschot. De man komt terug aan de telefoon en zegt: ‘okay, en nu?’