Column Henk Folkerts | Delft, Ede, Emmen

De laatste paar dagen waren we in Delft. Delft heeft alles wat een stad leuk maakt. Mooie oude panden, veel studenten, leuke winkels, bruggetjes, grachten, fraaie pleintjes en een paar prachtige publiekstrekkers zoals de oude en nieuwe kerk en de Prinsentuin. Ondanks de regen hebben we het daar prima naar onze zin gehad.

Toen we op zo'n mooi pleintje, omringd door mooie oude gevels en nog veel oudere bomen, zaten verzuchtte mijn vrouw dat het toch eeuwig zonde is dat er destijds zoveel gesloopt is in Emmen. Een veel meer gehoorde opmerking van Emmenaren. Ik weet het niet. Niet alles wat oud is is mooi en bovendien is er ook mooie moderne architectuur. Terwijl we het erover hadden, komt bij mij een mailtje binnen. Een uitnodiging voor de presentatie ‘Atlas voor gemeenten 2020’, ergens in november dit jaar in Ede. Of we niet alvast een plekje willen reserveren. Gekke Henkie, mooi niet. Het is namelijk een bijeenkomst waarin de vijftig grootste gemeenten van ons land op tal van indicatoren, zoals economie, woonaantrekkelijkheid en kunst en cultuur met elkaar worden vergeleken. Op dit lijstje is Emmen vaak op de laatste plaats te vinden. Er is dan ook geen enkele reden om naar Ede af te reizen en daar wederom een draai om de oren te krijgen.

Want zolang Emmen in Zuidoost-Drenthe ligt en geen oude kern met fraaie grachten heeft, blijven we toch ergens in de achterhoede bungelen.

Bovendien ik houd van Emmen zoals het nu is. Natuurlijk is er op veel terreinen een hoop te verbeteren. Maar ik ben er trots op hier te wonen en anderen te vertellen over onze stad. In Delft was dat niet nodig, daar spraken we een Delvenaar die idolaat was van FC Emmen maar ook van Emmen zelf.

Nee, we gaan dus niet naar Ede. Ook al omdat Ede zelf een van de lelijkste steden van ons land is.