Column Henk Folkerts | Vliegende ratten

Ik weet niet wat u er mee heeft, maar die duiven zijn niet mijn favorieten. Ze zijn overal. In het voorjaar koeren ze ons vanaf een uur of vijf ‘s morgens het bed uit.

Dan schijten ze bij ons de hele galerij onder en proberen ze het liefst, elk jaar weer, boven onze voordeur een nest te maken. Ook aan de andere kant van ons appartement, op het balkonnetje, komen ze geregeld zitten om de boel flink onder te poepen. Vliegende ratten, smerige beesten, bah!

Afgelopen vrijdag hadden we in de Grote Kerk in Emmen tijdens de lintjesregen een onaangekondigde duif te gast. Tijdens de overigens prachtige bijeenkomst hield hij zich, op een losse flodder na, nog rustig. Sterker nog, hij zat hoog en stil in een hoekje, onder de indruk van het feestgedruis onder hem. Toen de mensen waren uitgevlogen en de rust was weergekeerd in de kerk, werd hij actiever. Hij vloog heen en weer en ging uiteindelijk in de nok zitten, maar niet zonder wederom een flinke klots te deponeren. Je hoort ze vallen...

Dat beest moest er uit, maar hoe doe je dat? We hebben nog de dierenambulance gebeld, maar die kwamen niet verder dan het advies de brandweer te bellen, want die hebben hoge ladders... Dat vonden we toch net een stap te ver gaan. We zijn uiteindelijk maar naar huis gegaan in de wetenschap dat die duif er de volgende dag toch echt uit moest. En dat we opnieuw moesten schoonmaken.

Als dat niet zou lukken, was plan B dat we hem maar moesten laten verzwakken. Voordat hij de schilderijen van de expositie onder poept, het orgel bevuilt of de kerkgangers lastigvalt.

Toen we zaterdag in de kerk kwamen om de schade op te nemen, was de organist aan het repeteren voor de dienst van zondag. We kletsten even wat met elkaar, wij beneden en hij boven bij het orgel. Plotseling vliegt de Duif op en gaat zo'n drie meter naast de organist zitten op de balkonreling. Toen bleek dat onze organist, behalve dat hij een aardig moppie orgel speelt, ook nog hele andere talenten had. Als een jonge God nam hij een snoekduik en ving hij de duif. Een ware held, onze organist.

Na het schoonmaken verlieten we opgelucht de kerk, maar moest ik wel eerst het zadel van mijn fiets schoonmaken. Duiven...

Nee, het komt nooit meer goed tussen mij en de duif.