Column Eric van Oosterhout | Anders

Alles is anders. Het is dat het de hele tijd zo’n mooi weer is. En het is dat ik bijna altijd wel een goed humeur heb. En het is dat mijn moeder altijd zei dat er ‘ergere dingen’ zijn. Maar op dit moment is alles anders. Nu kan ik wel tegen een beetje verandering. Niet te gek en liefst een beetje geleidelijk. Maar nu zet corona het dagelijks leven wel heel erg op de kop.

Ik denk aan de mensen in de verpleeg- en verzorgingshuizen, die al bijna drie maanden geen mens van buiten meer zien. Ik denk aan de families waar corona toesloeg, een enkele keer zelfs fataal. En ik denk aan al die ondernemers, die nachten wakker liggen van geld dat niet binnenkomt.

Dat soort gepieker zoemt de hele tijd als een bromvliegje in je hoofd. En als dan ook de hele week ‘anders’ loopt, word je wel eens wat somber. Maar dan zie ik toch ook wel weer de lichtpuntjes van veel mensen die er toch weer het beste van proberen te maken. Ondernemers die kansen pakken. Horecabedrijven die creatief letterlijk de ruimte nemen en zin hebben om open te gaan. En veel mensen die zorgzaam zijn voor elkaar.

En bovendien, niet alles wordt afgelast. Een enkele keer gaat het toch door, maar wel anders. De oude meneer Achterhof stond erop dat ‘zijn’ herdenking doorging. Hij is inmiddels 91. En al jaren zet hij zich volop in voor de herdenking van de militairen uit Zuidoost-Drenthe die in Nederlands-Indië zijn gesneuveld. Natuurlijk moet zelfs hij zich aan de coronaregels houden. Daar heeft hij goed over nagedacht, plichtsgetrouw als hij is. We komen met een beperkt aantal mensen bij elkaar voor het Indië-monument aan de rand van het centrum. Er is weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Anders dan in eerdere jaren is er geen muziek en zijn er geen toespraken. Zelfs de stoeltjes ontbreken, het is staande receptie. Natuurlijk zijn mijn collega burgemeesters uit Coevorden en Borger-Odoorn present.

Meneer Achterhof heet ons stipt om half 3 welkom. Man van de klok. Hij introduceert zijn ‘jonge opvolger’, die hem misschien straks op gaat volgen. Met zijn huidige conditie kan dat nog wel even duren. Het comité legt een krans. Daarna mogen de burgemeesters hetzelfde doen. We doen het op zijn coronaas: 1 legt, de andere volgen op gepaste afstand.

Daarna worden de namen voorgelezen van de omgekomen soldaten. Ze waren veelal jong, begin twintig. Naar de andere kant van de wereld gestuurd voor een op voorhand kansloze missie. In een ongekende guerrilla verloren vele jongemannen het leven. De overlevers stonden drie jaar later berooid en vele illusies armer op een winderige Nederlandse kade. Mijn vader was een van hen. Zijn scheepskist van de s.s. ‘Volendam’ staat naast mijn bureau als een stil aandenken aan een nare tijd. Het ‘Indië-speldje’ ging mee in de kist.

Alles is anders. Maar de herdenking van onze Indië-veteranen gaat gewoon door. Ik denk dat mijn vader dat wel heel mooi gevonden zou hebben.