Daniek Abel: ‘Door deze situatie zijn wij als ziekenhuis dichter bij elkaar gekomen’

Deze krant legt zorgmedewerkers uit Zuidoost-Drenthe vijf persoonlijke vragen voor. De geïnterviewden beleven een hectische tijd vanwege de uitbraak van het coronavirus. Deze editie gaat over Daniek Abel-Fuhler. De 25-jarige Klazienaveense is gespecialiseerd verpleegkundige IC in opleiding.

Wat doe je normaliter binnen het Emmer ziekenhuis?

„Ik ben als verpleegkundige werkzaam op de Intensive Care, waar ik halverwege de opleiding tot IC verpleegkundige ben.”

Welke werkzaamheden verricht je nu door het coronavirus?

„Ik verzorg nu vooral patiënten die wegens Covid-19 zijn opgenomen. Er is veel veranderd in de werkwijze voor wat betreft het omkleden, hulp van andere afdelingen en ingetrokken verloven. De grootste verandering vind ik het ernstige - en nog grotendeels onbekende - longbeeld van de meeste patiënten. Ook de leeftijd van deze patiënten is doorgaans lager dan die van een ‘normale’ IC-patiënt. Daarnaast hebben Covid-19 patiënten soms een minimale medische voorgeschiedenis. Deze patiënten zijn ontzettend ziek en liggen lang aan de beademing. Als mensen heel ziek zijn, moeten we ze af en toe ‘op de buik’ leggen, omdat dit een van de laatste opties is. Nu doen we dit al regelmatig bij patiënten.”

Hoe ervaar je deze hectische tijd?

„Toen de coronacrisis uitbrak, vond ik dit erg spannend. Ik was benieuwd of de grote patiëntenstroom ook hier zou komen en hoe mijn rol als leerling en mijn begeleiding eruit zou zien tijdens deze periode van hectiek. Gelukkig zijn de patiënten bij ons wel verspreid binnengekomen en kunnen we het nog goed aan met alle nodige aanpassingen. In het begin was het ook moeilijk om het ziekteverloop van patiënten in te schatten. Nu we meer patiënten hebben gehad, zien we toch een bepaalde overeenkomst en begin je het ziektebeeld in ieder geval een klein beetje te begrijpen, maar nog blijft er zoveel onbekend. Het feit dat patiënten geen bezoek konden ontvangen, vond ik erg moeilijk. Wanneer het niet goed gaat met een patiënt kun je normaal gesproken de familie steunen. Een aanraking vind ik hierin erg belangrijk: gewoon even een arm om iemand heen. Nu zijn we aan het videobellen. Dit is anders, maar ontzettend waardevol en dat wordt vanuit de familie ook zeer gewaardeerd. Deze waardering voelt erg bijzonder. Vooral wanneer familie de moeite neemt om naast de eigen moeilijke situatie aan ons te denken, een kaartje te sturen of een klein presentje af te geven bij de triagetent. Daar heb ik echt geen woorden voor, zo bijzonder!”

Maak je jezelf zorgen over besmetting?

„In eerste instantie was ik niet zo bang voor besmetting. Als je de stappen van de hygiënevoorschriften goed volgt ben je goed beschermd. Toen ikzelf klachten kreeg, vond ik het toch wat spannender. Niet zozeer voor mijzelf, maar wel voor de kwetsbare personen in mijn omgeving. Gelukkig bleek na een test dat ik het virus niet had, maar ik probeer contacten wel zoveel mogelijk te vermijden en zeker de regels van de overheid op te volgen.”

Wat voor positiefs komt hieruit?

„Door deze situatie denk ik dat wij als ziekenhuis dichter bij elkaar zijn gekomen. Zowel verschillende specialismen als ook de net gefuseerde afdelingen van Refaja/Bethesda en het Scheper. Door de hulp uit alle hoeken leer je collega’s die je normaliter alleen van gezicht kent ook echt kennen. Voor verdere samenwerkingen is dit denk ik een positieve bijkomstigheid. En het zien opknappen van patiënten geeft een ontzettend positief gevoel. Dat is waar je het allemaal voor doet!”