Column Eric van Oosterhout | Nog een trein

'Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein komen'. Dat vond ik als kind al een boeiende tekst. In mijn herinnering kwam er nooit nog een trein, maar je kon niet weten.

Op weg naar de middelbare school moesten we een hele drukke overweg oversteken. Elke dag waarschuwde mijn moeder me dat ik ‘goed moest oppassen’. Natuurlijk antwoordde ik als een echte puber: ,,Vandaag niet.” Maar ik liet dat altijd wel van een knipoogje vergezeld gaan. ,,Rotjoch”, zei ze lachend en gaf me een kus.

Dominee Gremdaat zou zeggen: ,,Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein komen. Kent u die uitdrukking. Ik moest daaraan denken toen ik minister-president Rutte voorzichtig hoorde formuleren hoe we nu verder moesten.”

Natuurlijk, de eerste coronagolf lijkt wat achter de rug. De ziekenhuizen lopen weer wat leeg met herstelde coronapatiënten. Zeker in Drenthe. We hebben het met elkaar nog niet zo slecht aangepakt. In de krant lees ik een vergelijking hoe de diverse landen het virus hebben opgejaagd. Daar lijken wel wat verschillen tussen. Mijn vriend Han woont in Zuid-Frankrijk. We bellen nog wel eens. Hij vertelt me spannende verhalen hoe de gendarmerie permanent op zoek is naar overtredingen. Die maak je al snel. Zo is het strand alleen open binnen een bepaalde tijd en dan moet je er ook nog bewegen. Een praatje maken is dan al strafbaar. Hier proberen we het al gauw op te lossen met een goed gesprek. Maar in hoofdlijnen verschilt de aanpak van de meeste landen niet. Scholen dicht, anderhalve meter, geen openbaar vervoer, werk thuis, etc. Het lijkt effect te hebben.

Maar nu we langzaam weer uit de ‘lockdown’ komen, kijken we om ons heen naar het slagveld. Het is de stilte na een tornado, die een verwoestende baan heeft gemaakt van allemaal omgevallen huizen, lantaarnpalen en auto’s. Veel kwetsbare mensen overleden en nog veel meer mensen zijn moeizaam aan het herstellen. Wat te denken van de eenzaamheid in verpleeg- en verzorgingstehuizen, waar mensen met een beperking weken geen familie en vrienden mogen zien.

En het is ook een veldslag in veel economische sectoren. Vorige week spraken wethouder Rink en ik met een afvaardiging van de horeca. Ze mogen straks weer geleidelijk open. Daar zijn de ondernemers blij om. Maar het kan nog maar zo mondjesmaat, dat de schade op termijn amper is te overzien. Het wordt opkrabbelen na de tornado.

Het domste dat we daarbij kunnen doen is doorgaan alsof er niets is gebeurd. Het lijkt erop dat ze dat in de Randstad en aan de kust nog niet helemaal hebben begrepen. In Drenthe doen we dat iets slimmer, iets voorzichtiger. We gaan er weer op uit, maar we vermijden de grote drukte. En natuurlijk gaan we straks weer naar een restaurant of café. Maar we houden ons aan de regels. En als het ergens wat druk is, gaan we een deurtje verder.

Want we zijn nog niet af van dat vreselijke coronavirus: ‘Er kan nog een trein komen’.