Meneer Meertens vertelt: 'Die mest rook vroeger best lekker’

Niet alleen zijn archief blijkt indrukwekkend. Van hetzelfde kaliber zijn de dikke mappen vol historische foto’s, die een breed beeld geven van pakweg de afgelopen 80 jaar.

Die kennis van de plaatselijke historie bestaat niet alleen op papier. Ook het geheugen van de 73-jarige Emmenaar is een rijke bron vol verhalen en anekdotes. Kortom, Geert Meertens ten voeten uit!

,,Voor het boerenbedrijf heb ik altijd veel belangstelling gehad. In mijn jeugd zat ik dan ook zowel op de land- als tuinbouwschool. Ooit bestond de agrarische sector in onze eigen regio uit veelal kleine boerenbedrijven.

Saksische boerenhoeves

Vanouds stonden de boerderijen gegroepeerd rond de es. Een rondje door onder andere het huidige Westenesch, Zuid- en Noordbarge, geeft nog steeds een prachtig beeld van prachtige, oude Saksische boerenhoeves, in een rustgevend en harmonisch decor. Overigens waren het in Emmen bepaald niet allemaal keuterboertjes. Integendeel. Ik denk in dit verband aan de familie Schirring aan de de Langgrafweg en Houwing in Westenesch. Andere 'oude' boerengeslachten zijn de families Strating en Elling in Westenesch, en Schutrups aan de Schimmeres.

Om rond te komen moest de boer op een beperkt aantal akkers stevig aanpoten. Ver voordat de mechanisatie het boerenleven drastisch veranderde, kenmerkte het boerenwerk zich door heel veel handwerk. Als gevolg daarvan beschikten de boeren meestal over meerdere arbeiders. Het tweemaal per dag melken, het vele maaiwerk, het binnenhalen van de oogst, de bemesting van het land en andere klussen waren erg arbeidsintensief. Arbeiders lagen wekenlang op hun knieën om de aardappelen met beide handen uit de grond te halen. Ook de bietenoogst kostte veel tijd en inspanning. Deze werden op een rij gelegd, waarna het loof er handmatig werd afgestoken. Dat diende dan weer als veevoer.

Geen mestproblematiek

Boerenwagens, wipkarren en ander rollend materieel werden getrokken door het paard, dat zich ook schrap zette bij het omwoelen van de akkers met een ėénscharige ploeg. De intrede van de dorsmachine betekende een stevige oppepper voor de graanoogst. Het graan werd aansluitend bewaard in grote, metershoge korenmijten, terwijl het stro als grondstof diende voor strokarton in de gelijknamige fabriek. Ook lag het als vloerbedekking in de stallen, vermengde zich daar met mest, waardoor er een betere meststof ontstond. Er was destijds dan ook geen sprake van een mestproblematiek. De weinig ammoniak bevattende substantie werd over het land uitgespreid en ik moet eerlijk zeggen, 't rook best wel lekker. Ook over de stalling van koeien bestond geen discussie. Gewoon 's winters op stal en in het voorjaar de wei in! Veel onrust werd later veroorzaak door de gedwongen ruilverkaveling, gevolgd door de schaalvergroting. De overheid legde de boerenstand steeds verder aan banden en is wat mij betreft dan ook zelf verantwoordelijk voor de huidige onrust.”