Emmen in Gedichten: Loflied op het grensgebied

Peter Veen schreef zijn laatste gemeentegedicht.

Waar de storm over de velden raast en bomen, mais
en riet zich voegen naar de wind, het water

in de winter kniediep op de akkers staat, waar na een
lange zwarte nacht de witte wieven

vluchten voor de zon en soms een lijk intact uit het
moeras wordt uitgegraven, de armoe

en de plaggenhutten allang in het museum staan en de
boeren het inmiddels rijke land bewerken

waar het zingen van de vogels nog steeds de herrie van
‘t verkeer verstilt, waar spons- en zwavelzwam

de bossen eetbaar maken en ik met hond vrij om me
heen uren dwaal door veen en veld

waar de valk zich op een veldmuis stort, een adder zich
verstopt wanneer ik door de heide klos, hunebed

en leylijn heden en verleden met elkaar verbinden en de
torens voor de wandelaar een veilig baken zijn, waar

de mensen geen kapsones hebben, maar stil genieten
van een goed bestaan, op het platteland, aan de rand

van Nederland

© Peter Veen
© www.gemeentedichteremmen.nl