Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Kompas

Het is een hoofdstuk in de geschiedenis van Emmen waar we niet met heel veel trots op terug kunnen kijken. Om het op zijn Drents te zeggen. Op 24 november 1940 ontslaat de burgemeester ambtenaar Israël Jakobs (hij liet de ontslagbrief over aan de gemeentesecretaris…).

Jakobs werd kort daarvoor getypeerd als ‘een uitstekende kracht, met grote intelligentie, werklust en nauwgezetheid’. Daar kon het niet aan liggen. Het simpele feit dat hij van Joodse afkomst was, was voldoende reden voor ontslag. Met Jakobs moesten nog vijf andere Joodse collega’s vertrekken. Twee jaar later wordt hij vermoord in Auschwitz.

Israël Jakobs hield van 1940 tot 1942 ‘aantekeningen’ bij, die pas onlangs zijn ontdekt. De recent overleden Marcel Bulte en de bevlogen uitgever Gerben Dijkstra maakten er een indrukwekkend boek van. Op het gemeentehuis wordt het boek gepresenteerd tijdens een studiemiddag over ‘De burgemeester in oorlogstijd’.

We zijn vereerd dat Professor Romijn van het NIOD de aftrap doet. Hij schreef een omvangrijke studie over ‘De burgemeester in oorlogstijd’. Het is opvallend hoe de Nederlandse burgemeesters verschillend reageerden op de komst van een bezetter. Zelfs burgemeesters van dezelfde politieke partij reageerden heel wisselend. Zo vertelt Gerben Dijkstra over de Emmense burgemeester Jan Liebe Bouma, die aan het begin van de oorlog ervoor koos om vooral mee te werken.

Het staat bekend als het ‘burgemeester in oorlogstijd’-dilemma. De burgemeester die moet kiezen tussen optreden of aftreden; aanblijven om de boel nog enigszins te redden of principieel af te treden.

In mijn bijdrage grijp ik terug op het ‘moreel kompas’ van de burgemeester. Juist in deze wat woelige tijd lijkt dat kompas steeds belangrijker te worden. De richting van het kompas is voor iedere burgemeester verschillend. Het gaat om je opvoeding, je levensovertuiging, en de belangrijke gebeurtenissen die je leven vullen. De burgemeester moet zich er bewust van zijn dat er naar hem (of haar) wordt gekeken bij morele dilemma’s. Juist in een tijd waarin partijen scherp tegen elkaar worden afgezet, kan een verbindende rol van de burgemeester van belang zijn. Daarbij stelt hij zijn kompas af op de politieke omgeving waarin hij verkeert. En hij probeert zo goed en kwaad als het kan daarin het goede voorbeeld te geven.

In een van de muzikale intermezzo’s speelt een talentvolle jongere het thema uit de adembenemende film Schindlers List. Schindler was ook een soort burgemeester in oorlogstijd. Hij bleef aan als fabrieksdirecteur en laveerde razend knap tussen de bezetter en zijn Joodse medewerkers. Na de oorlog wordt hij bedankt door zijn medewerkers. Maar hij vraagt zich maar 1 ding af: deed ik wel genoeg, want ik redde niet iedereen.

Over dit soort vraagstukken gaat het ook in 2020. In meer dan vijftig bijeenkomsten staan we erbij stil dat aan de oorlog 75 jaar geleden een einde kwam. Natuurlijk, we vieren de bevrijding. Maar we herdenken ook degenen die de oorlog niet overleefden, zoals ‘onze’ Israël Jakobs. En we zullen ook stilstaan bij ingewikkelde vraagstukken, zoals hoe te handelen als burgemeester in oude en nieuwe oorlogstijden.