Meneer Meertens vertelt: Wintervreugd

Emmen - Niet alleen zijn archief blijkt indrukwekkend. Van hetzelfde kaliber zijn de dikke mappen vol historische foto’s, die een breed beeld geven van pakweg de afgelopen tachtig jaar.

Die kennis van de plaatselijke historie bestaat niet alleen op papier. Ook het geheugen van de 73-jarige Emmenaar is een rijke bron vol verhalen en anekdotes. Kortom, Geert Meertens ten voeten uit!

,,Het kan nog even duren, maar de winterse overlast in de vorm van sneeuw, ijzel en gladheid zit er ongetwijfeld weer aan te komen. In mijn jeugd werd in Emmen overigens niet gestrooid met zout. De gemeente ging de gladheid destijds te lijf met zand. Een andere service was het handmatig wegscheppen van bulten sneeuw, die door middenstanders en burgerij bijeen waren geschoven. De vrachtwagens loosden hun lading bij Westenesch in het Oranjekanaal. Voor de jeugd gaf de winter echter ook het nodige vertier. Bij ijzel haalden we onze banden van de fiets om vervolgens op de velgen geweldige toeren uit te kunnen halen. Ook kon er geschaatst worden op de ijsbaan op de zogeheten kanovijver achter het zwembad.

Schaatsvereniging Wintervreugd zorgde ervoor dat er op deze natuurlijke laagte in het landschap water werd binnengelaten. Bij vorst lag er vrij snel een enkele honderden meter lange ijsbaan.

Friese doorlopers

Mede door de lange sliert lampjes hing er altijd een gezellige sfeer. Als gevolg van zwakke enkels was ik op mijn Friese doorlopers trouwens maar een matige schaatser. Zodra het kwik onder nul kwam, sliepen we onder dikke verenbedden. Als je 's morgens wakker werd, zag je vanonder die warme gestikte dekens af en toe ijs op de zoldering en de muren. En als er buiten een dikke laag sneeuw lag, gingen we samen de stoep voor onze woning en die van de buren schoonvegen. Onze beide kachels werden aanvankelijk gestookt met turf. Bij het begin van het stookseizoen was onze schuur helemaal volgestouwd met deze brandstof.

Vlooien

Die turf kwam niet alleen, getuige de vlooien waar we vervolgens enkele dagen last van hadden. Om de kou te trotseren droegen we - behalve een hemd - allemaal een door oma gebreide wollen borstrok. Natuurlijk ook lange kniekousen en een zogeheten manchester broek. Veel klasgenootjes uit Westenesch liepen op klompen. Nadat die op school onder de kapstok waren geparkeerd, betraden ze de klas op zwarte leren 'binnenschoentjes.

Later, bij de post, was ik ook 's winters vaak onderweg. Daarbij hadden we geregeld te maken met sneeuwbuien en spekgladde wegen en ooit raakte ik in Weerdinge 's nachts van de weg af en belandde in een greppel. Met een trekker haalde een vriendelijke boer me uit die benarde positie. Dankzij de zachte sneeuwmassa was er geen enkele schade. Overigens bleven de poststukken altijd droog. In tegenstelling tot de huidige postzakken (made in China), waren die dingen destijds geheel waterdicht.”