Deroepert
Door Henk Folkerts

De kapper

Om de zoveel tijd leg ik mezelf op dat ik naar de kapper moet. In de hoop dat mijn haar weer terug groeit, stel ik dat zolang mogelijk uit. Ik heb namelijk een enorme hekel aan gefrunnik aan mijn hoofd. Er zijn weinigen die dat mogen doen.

Ik had vroeger al een hekel aan de kapper. Mijn moeder stuurde me als klein kind altijd naar kapper Gerritsen aan de Sprengenweg in Apeldoorn. En alhoewel het maar een paar honderd meter fietsen was, was dat een ware martelgang. Met mijn lange benen op een iets te kleine kinderfiets kwam ik daar altijd weer bescheten vandaan. Ik schaamde me al zodra ik de deur van de kapperszaak achter me dicht trok. Ik had het gevoel dat iedereen naar me keek. Best logisch ook, want ik zag er uit als een slecht geknipte monnik.

Mijn moeder had voor mijn komst al de kapper gebeld om hem de opdracht te geven dat het kort en achter de oren moest. Kapper Gerritsen knipte niet alleen mijn haren eraf, maar ook mijn persoonlijkheid en identiteit. Ik heb daar een waar trauma van opgelopen.

Het is me dan ook nooit gelukt om trouw aan dezelfde kapper te blijven. Ik had een groot wantrouwen naar de hele beroepsgroep. Tot mijn vrouw zei: ‘Ga maar naar Esther'. Zij werkt bij een kapperzaak in Erica. Sindsdien is het bezoek aan de kapper een stuk prettiger geworden. Het is er warm, gezellig en Esther is altijd even aardig en mooi. Bovendien weet ze me op mijn gemak te stellen. Ze tilt in haar eentje de hele beroepsgroep op een hoger niveau, zeg maar. Ze is dan ook een van de weinige die wel aan mijn hoofd mag zitten. Ik rij er dus graag voor naar Erica.

Nu nog zo’n tandarts vinden.