Heden & Verleden
Door Richard Zuiderveld

Docenten overbodig?

Er zit een klein wit mannetje op de voorste tafel in het lokaal. De leerlingen zijn niet onder de indruk, maar ik kan niet stoppen met staren. Het mannetje heeft armen noch benen, hij is slechts een spierwitte buste op wieltjes.

Plotseling draait het zich naar me om en twee heldere ogen flitsen aan. ,,Hallo meneer!”, klinkt het vanuit een luidspreker. Ik herken de stem, maar heb deze al een paar weken niet gehoord. Een langdurig zieke leerling is terug op school: in de vorm van een robot. Internet, camera en geluidsapparatuur geven haar de kans om lessen vanuit huis te volgen.

,,Hoe gaat het?”, vraag ik terwijl ik voorzichtig dichterbij loop.
,,Kun je alles volgen?”
,,Het gaat goed”, klinkt het uit de op afstand bestuurbare machine.
,,Ik kan u goed zien en horen!”

,,Kom je in vrede of ga je lasers schieten met je ogen?”, grap ik. Het is even stil, gevolgd door een diepe en krakende zucht. Vanuit de klas klinkt gegrinnik. Ik glimlach en de robot draait zich weer om naar het digibord. De les kan beginnen.

Terwijl de leerlingen zelfstandig werken, denk ik aan wat de toekomst ons gaat brengen. Het onderwijs verkeert in zwaar weer. Er is een lerarentekort, hoge werkdruk en lage salarissen. Gaat de technologie deze problemen oplossen?

Ik stel me een toekomst voor waarin kinderen thuis of in één grote leerruimte zitten. Coaches marcheren langs tientallen tafels, terwijl leerlingen via hun robot naar één docent ergens in Nederland kijken. Een rilling loopt over mijn rug: is de inspirerende docent straks verleden tijd? Zullen de lessen in de toekomst verzorgd worden door robots, buddies of YouTubers?

Een gevoel van overbodigheid dwingt me overeind. Het tijd is voor een groepsopdracht. Wanneer ik het werkblad uitdeel vraag ik me af of de robotleerling wel meedoet. Zit ze niet chips te eten en ‘Say Yes To The Dress’ te kijken? Gelukkig licht op dat moment het hoofdje blauw op. Ze heeft een vraag!

,,Kan ik meedoen met de opdracht?”
,,Natuurlijk!”, antwoord ik en pak de machine op. ,,Welk groepje?”
,,Maakt niet uit.”

Als in een polonaise draag ik de robot door de klas en zet haar bij een groepje. Ze accepteren haar meteen, maar contact blijkt lastig. Samen schrijven gaat niet en oogcontact is onmogelijk. De kinderen redden zich, maar onderwijs is duidelijk nog steeds mensenwerk. We moeten onze leraren nog koesteren. We hebben ze hard nodig. Desalniettemin was het tien jaar geleden ondenkbaar dat een ziek meisje zo naar school kon. Technologie is prachtig als we het inzetten voor de goede zaak.

De aanblik van deze kleine robotleerling tussen vriendinnen is hartverwarmend, maar ik heb liever dat ze zelf op school is.