Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Digibeet

Mijn vader ging eind jaren tachtig met vervroegd pensioen. Dat was in de periode dat de eerste computers verschenen. ‘Ik ging net op tijd, jongen’. Wij kregen op het gemeentehuis in Veendam 1 computer per etage.

Daar stond dan zo’n apparaat op een tafeltje midden op de afdeling. Als er niemand bij zat, probeerde ik wel eens wat. Je moest hem opstarten met verschillende schijfjes (floppy’s). Zelf had ik een ‘tekstverwerker’; dit was een apparaat waarop je alleen kon schrijven. Dat was al een hele verbetering bij een elektronische typemachine. Maar echte vrienden werden de computer en ik nooit.

Het werd er niet beter op, toen ik al vrij snel kon terugvallen op secretaresses. Die waren niet alleen heel aardig voor mij, maar ook heel behulpzaam. Binnen de kortste keren nam ik niet meer echt de moeite om iets van die helse apparaten te leren. Ik was goed in het stellen van vragen, vaak ingeleid door een hulpeloos ‘help’. Ook had ik altijd wel leuke slimme jongemannen om mij heen. Zij waren vaak hooguit gekleed in een vale spijkerbroek en een t-shirt dat ik nog niet in de tuin zou aandoen. Maar zij wisten vaak precies waarom de computer was vastgelopen. Met enkele magische zetten kregen ze het apparaat weer aan de gang. Op een gegeven moment hield ik zelfs op met vragen wat er aan de hand was. Want dan volgde in de regel zo’n ingewikkelde redenering dat ik na twee zinnen het spoor al bijster was.

In de afgelopen tijd redde ik het thuis redelijk met een oude computer en een iPad. Op de oude computer schrijf ik vooral columns. Op de iPad red ik mij redelijk met mail en internet. Maar dan houdt het wel zo’n beetje op. Freek de Jonge zou zeggen: ‘tot zover was er niks aan de hand’.

Maar toen gingen we een verre reis maken. Dat had ik wel eens vaker gedaan, maar vaak was ik dan binnen een week weer terug. Zo redde ik het met twee of drie boeken. Dat was nu niet meer mogelijk. Bij de plaatselijke Mediamarkt legt een buitengewoon aardige jongen mij uit hoe een e-reader werkt. Dat is niet zo moeilijk. Het wordt al weer ingewikkelder als je er ook een boek op wilt krijgen. Wat wel zo handig is. Gelukkig is er daar de reddende engel: de bibliotheek. Ook hier word ik weer heel goed geholpen. We krijgen zo maar tien boeken op het apparaat. En ook nog gratis.

Nu moeten alleen de kranten nog digitaal. Het Dagblad van het Noorden gaat vrij makkelijk. Maar De Volkskrant heeft de gebruiksaanwijzing geschreven voor professoren. Na wat moeite krijg ik eindelijk iemand aan de lijn. ‘U komt er niet uit’, zegt hij in dat lijzige Amsterdams. Stap voor stap gaan we er doorheen. Het lijkt wel Sesamstraat. Maar dan geschiedt het wonder: het voorblad van de nieuwe Volkskrant verschijnt zo maar in beeld. Zo keken we ook naar de eerste mens op de maan. Precies 50 jaar geleden. Dat was nog eenvoudig.