Heden & Verleden
Door Richard Zuiderveld

Chillen met Willem

Een deftige brief viel op de deurmat. Op luxe papier stond mijn naam geschreven in sierlijke letters: een bericht namens Zijne Majesteit de Koning. Ik was uitgenodigd voor een exclusieve opening op het Koninklijk Paleis Amsterdam. Het duurde uren voordat ik geloofde dat het geen grap was.

Ik ben republikein, maar te nieuwsgierig om zo’n uitnodiging te weigeren. Mijn broer wilde wel mee als introducé en dus regelden we een vrije dag, kochten het goedkoopste treinkaartje en smeerden broodjes. Het kledingadvies ontdekten we te laat. Voor ‘tenue de ville’ heb je blijkbaar een pak nodig. Ik pakte snel een jasje en overhemd. Een spijkerbroek kon toch ook wel? Ik nam twee stropdassen mee en moest zelfs nog hondenstront onder mijn sneakers vandaan pulken. Het feest van de kouwe kak kon beginnen. 

De hele ochtend grapten we over wat ons te wachten zou staan. Toen we aankwamen op de Dam viel onze mond open van verbazing, want het plein stond vol hekken. De patrouillerende Marechaussee deed ons de moed in de goedkope schoenen zakken. Zouden we wel binnen komen? Klungelig lieten we onze uitnodigingen zien. De uniformen grijnsden om onze spijkerbroeken, maar gaven ons toch toegang tot de rode loper. Terwijl soldaten salueerden met zwaarden keek ik mijn broer verwonderd aan. Waar waren we aan begonnen?

De Burgerzaal is slechts 200 kilometer van huis, maar leek een heel andere wereld. Marmeren kaarten in de vloer, kroonluchters aan het plafond en om ons heen stonden bobo’s in strakke pakken. Twee deftige dames kwekten in Gooisch accent over jurkjes en tasjes. Het geld klotste tegen de plinten op van iedereen die gezien wilde worden en wij braken alle etiquetteregels met onze houding en eenvoudige kloffie. 

Toen de koning eindelijk arriveerde begonnen ook de toespraken. Ik wilde luisteren, maar mijn broer had andere plannen. „Ik moet een foto van hem maken”, klonk het zuchtend, terwijl hij met zijn telefoon zwaaide. Het lukte niet, want Wimlex bewoog teveel. Mijn broer gaf niet op en zette de achtervolging in. Overal waar onze majesteit stond was hij ‘toevallig’ ook. De koning merkte hem niet op, maar de beveiliging wel. De opbrengst: tientallen stalkerachtige foto’s. 

Toen Willem vertrok, genoot ik van de eeuwenoude kaarten en de grootste atlas ter wereld, mijn broer van de drankjes en luxe versnaperingen. We voelden ons steeds meer op ons gemak en bij het verlaten van het paleis besloten we voor één keer het spel mee te spelen. Met zonnebrillen op liepen we zo stoer mogelijk naar buiten over de rode loper. Tien seconden lang stonden we in de aandacht, tot we het hek passeerden en weer in gewone burgers veranderden. 

Twee provinciaaltjes terug naar Drenthe, daar waar je weer normaal kunt doen, want dan doe je al gek genoeg.