Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Op duofietse

Ik had er wel eens eerder op gezeten. Maar nooit een hele middag. De duofiets. Mooi woord en mooie uitvinding. Het is eigenlijk een tandem, maar dan met de stoeltjes naast elkaar. Er is één chauffeur en de passagier kan de benen stilhouden. Ideaal voor wat oudere mensen. Zo kan je een stukje op een fiets zonder moe te worden.

In Schoonebeek mag ik mee als fietser. In de zomer had ik het project een beetje gesponsord, ‘maar het zou nog mooier zijn als u een middagje mee fietst’. Met nog een duofietser en een fietser die een rolstoel voor zich heeft. Fietsend door het dorp halen we onze passagiers op.

De oude mevrouw staat al te wachten met haar dochter. Tenger, beetje broos, maar de pret straalt uit de ogen. Ze is 96, ‘maar ik mankeer nog niks hoor’. Dat is nou ook weer een beetje overdreven. Voorzichtig helpen we haar op de fiets. Dochter geeft nog wat instructies en de portemonnee mee. Dat vindt moe maar zozo. „Heeft u mijn portemonnee?”

Het is prachtig weer en met een klein lusje om Schoonebeek heen, rijden we langs het beekje dat de grens vormt met Duitsland. Mijn passagier geniet en babbelt volop. Gezellig. „Kijk, de aardappels staan in bloei. Mooi hè. Dat vind ik altijd zo mooi. Vindt u dat ook zo mooi?” Ik beaam het. „Nou, ik heb niks te klagen. Mensen die klagen wel wat af hoor, maar ik niet.” Ze vertelt vrolijk over het tehuis. „Ja, niet alles is even lekker, maar dat had je vroeger thuis ook wel. Mijn kinderen moesten alles eten.” Ze vertelt liefdevol over haar zes kinderen, waarvan inmiddels twee zijn overleden. Even verdwijnt de lach van haar gezicht. „Maar ze zijn allemaal lief voor mij geweest.”

We steken de drukke weg van Schoonebeek naar Coevorden over. Ze vertelt dat ze eigenlijk Friezin is. Even later babbelen we vrolijk verder in haar ‘memmetaal’. En dan komt de onvermijdelijke vraag waar ik al een tijdje op zat te wachten. „Wat doet u eigenlijk voor de kost? ” „Ik ben fietser”, probeer ik grappend, maar dan vertel ik het toch maar. Met een verrassend snelle ruk kijkt ze naar links: „Nu maakt u zeker een grapje, dat staat u netjes”. „Het is toch echt zo”, zeg ik. „Ja, van Schoonebeek?” Ik leg uit dat de gemeente inmiddels iets groter is. Ze proest het uit. „Haha, nu zit ik zomaar naast de burgemeester van Emmen.” En ze legt voor even haar rimpelige hand op mijn arm.

We pauzeren even bij een camping. Daar trakteert mijn vriendin mij op een kopje koffie en ze kijkt goed hoe ik het geld uit haar portemonneetje mag halen.

Dan gaan we weer op huis aan. We zijn al een kleine twee uur onderweg. De verhalen van vroeger blijven komen. „Of heb ik dat al verteld?” Bij het tehuis gaan we nog op de foto. „Het was heel mooi burgemeester, maar heeft u mijn portemonneetje nog?” Ik geef het haar en ze lacht breed. Onbetaalbaar.