Maak Het Mee
Door Burgemeester Eric van Oosterhout

Die zie je morgen terug

Ineens doken er in De Volkskrant onbekende foto’s op van het concentratiekamp Auschwitz. Harde foto’s waarop het leed van de Joodse gezichten is af te lezen. Het blijft een aangrijpend gezicht, zeker voor Shai Schellekes. Hij herkent ineens zijn vader op de foto. Die overleefde meer dood dan levend drie jaar in Auschwitz. Toen woog hij nog 35 kilo.

De verhalen zijn even aangrijpend als de foto’s. Zo ontmoet zijn vader in het kamp zwager Maurice, de man van zijn zus. Hij weet dat zij al is vermoord, net als twee van hun kinderen. En hij weet ook dat de broer van Maurice en diens vrouw meteen zijn vergast. Een derde kind van zijn zus - een baby die voor transport uit de couveuse was gehaald (…) - was al in de trein gestorven. Shai vertelt verder: „Mijn vader wist dat zijn zwager de volgende dag zou worden vermoord. Dat heeft hij niet verteld. De hele nacht hebben ze samen gepraat, en de zwager vroeg of mijn vader wist waar zijn vrouw en kinderen waren. Ja, die zie je morgen terug, zei hij. Wat had hij anders moeten antwoorden? Je vrouw en kinderen zijn dood en morgen jij ook. Mijn vader heeft gezwegen over hun lot en zich daar nooit schuldig over gevoeld. Integendeel, hij was blij dat hij het zo heeft gedaan.”

Ik leg de krant even opzij. Als je richting de 60 gaat, ben je niet zo snel van slag van een artikeltje. Maar dit raakt me direct. De hel op aarde. Schellekes overleeft de oorlog: “Van de overheid kreeg hij te horen dat hij bij de politie een doos met familiebezittingen kon ophalen. Het was een zware doos, hij maakte hem open: bakstenen en kranten, alles was gestolen.”

Na dit soort Shoah-verhalen twijfel je nooit meer over de noodzaak om de oorlog te herdenken. In Emmen doen we dat op meerdere plaatsen. Ik ben net als de wethouders en enige raadsleden elk jaar op een andere plaats. Dit jaar woon ik de herdenking in Nieuw-Dordrecht bij. We lopen naar het kerkhof. Daar zijn de graven van enige omgekomen Engelse piloten. Indrukwekkend. Nooit kan ik het laten om even snel uit te rekenen hoe oud de mannen zijn. De meeste zijn begin twintig. Een leven gegeven voor onze vrijheid. Mooi dat we daar elk jaar bij stilstaan. Ook op zo’n mooi onderhouden begraafplaats in zomaar een Drents dorp.

De volgende dag breng ik onder andere een bezoek aan de synagoge. Daar horen we de verhalen van de Emmer Joden, die nooit meer terugkwamen. In de bevrijdingskrant staat: “We moeten weer echt voor democratie kiezen. Een krachtig politiek antwoord wordt niet gevonden in het eigen gelijk, maar in compromisbereidheid, politieke daadkracht en de wil om verstandige beslissingen met overtuigingen uit te dragen, juist als een deel van de kiezers sceptisch is.”

Zoals de jonge Maureen dicht bij de Nationale Herdenking:

Een keer vaker denken/aan die verleden tijd/die zelfs in het heden/in de wereld om ons heen/voor altijd zichtbaar blijft.